In het kort:
Wanneer een bloedstolsel een ader in uw arm afsluit, heeft u een trombosearm. Het bloed kan niet meer wegstromen, waardoor de arm opzwelt.
Armtrombose komt vooral voor bij mensen tussen de dertig en de vijftig jaar, die veel boven schouderhoogte werken of sporten. Bijvoorbeeld bij een zwaar beroep in de bouw of als schilder. Of bij een sport als volleybal of zwemmen.
Niet iedereen heeft dezelfde klachten van een trombosearm. Het kan acuut ontstaan, zonder eerdere klachten. Het kan ook zijn dat u al langer klachten heeft.
De meest bekende klachten zijn:
De klachten kunnen dus zeer verschillend zijn, en soms ook mild zijn. Er kan daarom veel tijd zitten tussen het moment dat een trombosearm ontstaat, en het moment waarop een trombosearm wordt vastgesteld en de behandeling wordt gestart.
Een trombose kan levensgevaarlijk zijn. Neem bij vermoeden van een trombose altijd direct contact op met uw (huis)arts.
Met een echo kan de arts een stolsel in een arm zien. Soms is het stolsel met een echo niet goed te zien. De arts kan dan ook een CT-scan maken.
Een trombosearm kan op verschillende manieren behandeld worden. Dit hangt af van de oorzaak van de trombosearm, maar ook van de arts die de trombosearm behandeld. Zo kunt u antistollingsmiddelen en een steunkous krijgen. Een chirurg kan met een katheter het stolsel oplossen of weghalen. Als er aders afgeklemd worden, dan kan de chirurg een stukje rib en spier weghalen in de nek en schouder. Deze ingreep heet Thoracic Outlet Decompressie (TOD). De aderen worden dan niet meer afgeklemd.
Het is belangrijk dat een trombosearm direct behandeld wordt, want anders kan dit ernstige gevolgen hebben.
Als het stolsel vanuit de arm doorschiet naar de longen, kan het daar een longembolie veroorzaken. Bij een longembolie is een bloedvat in de longen verstopt door een bloedstolsel. Er kan zo geen of weinig bloed naar het achterliggende longweefsel stromen. Omdat de longen daardoor minder goed werken, komt er minder zuurstof in het bloed. Een longembolie kan levensbedreigend zijn, en moet direct worden behandeld.
De kans op langetermijnklachten na een trombosearm is vrij groot. Vaak blijven na de acute episode van een trombosearm klachten bestaan van moeheid, pijn of tintelingen blijvende zwelling, verkleuring van de huid en gevoelloosheid in de arm.
Het posttrombotisch syndroom (PTS) is een chronische aandoening aan de aderen (en andere weefsels) van de arm. Het syndroom ontstaat bij 20% tot 50% van de patiënten die een diep veneuze trombose hebben gehad. Door een bloedstolsel bij een trombosearm zijn de klepjes in de aderen beschadigd. Dit kan ontstekingen veroorzaken in de aderen, maar ook aan omliggend weefsel.
Als er een vertraging in de behandeling is, of deze is minder effectief zodat reststolsels in de ader blijven zitten, dan houd je een minder goede doorstroming van het bloed. Dan kan het zijn dat patiënten blijvend last houden van een beetje stuwing, wat gepaard gaat met een tintelend of drukkend gevoel, verkleuring van de arm en / of vermoeidheid. Prof. dr. Gert Jan de Borst, hoofd afdeling vaatchirurgie in het UMC Utrecht
Lees ons interview met prof. dr. Gert Jan de Borst (vaatchirurg UMC Utrecht) over trombosearm.