Home
Home
Doneer nu!

Medicatie: bloedverdunners

Als u trombose heeft, dan krijgt u medicijnen die de stolling van uw bloed remmen: antistollingsmiddelen, vaak bloedverdunners genoemd. Met deze middelen wordt voorkomen dat de trombose groter wordt. Soms krijgt u deze middelen ook om te voorkomen dat u een trombose krijgt:

  • bij pijn op de borst
  • na een hartinfarct
  • na een TIA of herseninfarct
  • bij boezemfibrilleren
  • bij een trombosebeen of etalagebenen
  • bij een longembolie
  • na het plaatsen van een kunstklep
  • als u lang op bed ligt

Acute trombosebehandeling: heparine of laagmoleculair gewichtsheparine.

Bij een gevaarlijke bloedprop krijgt u onmiddelijk een heparine of laagmoleculair gewichtsheparine. Deze middelen worden onder de huid ingespoten of via een infuus toegediend en werken direct antistollend.

Lange termijn: VKA's of DOACs

Na de eerste behandeling, schrijft uw arts andere antistollingsmiddelen voor in de vorm van tabletten of capsules. Daarbij is keuze uit Vitamine K remmers (ook wel cumarines genoemd, of VKA) en de Directe Orale Anticoagulantia (DOAC's), voorheen Nieuwe Orale Anticoagulantia (NOAC's). De Vitamine K remmers remmen zoals de naam al zegt de werking van vitamine K, die nodig zijn voor de aanmaak van stollingsfactoren in het bloed. Vitamine K remmers zorgen er zo indirect voor dat uw bloed minder kans krijgt om te stollen. Als u Vitamine K remmers slikt, gaat u voor controles naar een trombosedienst in uw buurt. Directe Orale Anticoagulantia (DOACs) hebben direct invloed op een specifiek stollingseiwit en hoeven niet te worden gecontroleerd door de trombosedienst. 

 

Tip: de Trombosestichting ondersteunt onderzoek naar een betere behandeling. Lees over de laatste ontwikkelingen en steun ons werk