In het kort:
Tromboflebitis is een oppervlakkige veneuze trombose, en komt meestal voor in de benen. Een bloedstolsel in een oppervlakkige ader in het been veroorzaakt een aderontsteking. Deze ontsteking is niet besmettelijk. Een tromboseflebitis wordt meestal niet behandeld, omdat het in de meeste gevallen vanzelf weer overgaat.
Als de tromboflebitis vlakbij een diepgelegen ader voorkomt, dan kan dit een diepveneuze trombose veroorzaken. In dat geval zal een tromboflebitis wel worden behandeld.
Kijkend naar de belangrijkste oorzaken hebben mensen met spataders en vrouwen die zwanger zijn een verhoogd risico, net als mensen met een aangeboren afwijking van de bloedvaten. Prof. dr. Karina Meijer, hematoloog in het UMCG
De arts bepaalt vaak op basis van uw klachten of u een tromboflebitis heeft. Er wordt vaak geen echo gemaakt. Er kan wel een echo worden gemaakt als de arts zeker wil weten dat u geen trombosebeen heeft. Bijvoorbeeld als u verhoogd risico heeft, zoals bij een zwangerschap, kanker of oudere leeftijd.
Tromboflebitis wordt in veel gevallen niet behandeld, omdat de ontsteking meestal vanzelf overgaat. Bij veel pijn zult u wel pijnstilling krijgen. In bepaalde situaties zal de tromboflebitis met het antistollingsmiddel fondaparinux behandeld worden. Bijvoorbeeld als de tromboflebitis in een ader zit vlakbij een diepgelegen ader. Het risico is dan groot dat het stolsel doorgroeit en een trombosebeen veroorzaakt. Of als u eerder een tromboflebitis heeft gehad.
Als de aderontsteking over is, kunt u nog enkele maanden een harde streng blijven voelen. In sommige gevallen zal de streng altijd voelbaar blijven.
Tromboflebitis kan uitbreiden naar een trombosebeen. Wees daarom alert op de symptomen van een trombosebeen als u tromboflebitis hebt.
Lees ons interview met prof. dr. Karina Meijer (UMCG) over tromboflebitis.