Wat is een oogtrombose?

Na een trombose in het oog zien mensen vaak blijvend slechter. De risico’s en behandeling zijn heel anders dan bij bijvoorbeeld een trombosebeen. Oogarts Greet Dijkman van het LUMC legt uit wat is een oogtrombose en wat de gevolgen kunnen zijn.

Wat is een oogtrombose?

In elk oog wordt het bloed naar het netvlies aangevoerd door één slagader en afgevoerd door één ader in de oogzenuw. In het netvlies vertakken de vaten zich tot kleinere vaten. Als de slagader verstopt raakt, stopt alle toevoer van voedingstoffen en zuurstof naar het oog abrupt. Je kunt dan spreken van een ooginfarct.

Als een ader verstopt raakt, dan kan het bloed niet worden afgevoerd. De aderen zwellen op en gaan lekken. Je krijgt bloedingen en vocht in het netvlies. Dat is een oogtrombose. Oogartsen noemen dit overigens liever een oogocclusie, omdat het mechanisme anders is dan bij andere tromboses. De belangrijkste oorzaak hierbij is aderverkalking.

Hoe herken je een oogtrombose?

“Een ooginfarct is heel acuut en ernstig. Patiënten vertellen me dat ze plots ervaren dat het licht uitgaat. Het beeld wordt zwart. Bij oogtrombose merk je dat je binnen een paar uur of een paar dagen steeds slechter ziet. Of je ziet vlekken. In beide gevallen verwijst de huisarts met spoed door naar de oogarts.”

Hoe ontstaat een oogtrombose?

Een ooginfarct komt vaak door een bloedpropje dat elders in het lichaam is ontstaan. Bij een oogtrombose werkt het anders. De vaten die het oog binnenkomen via de oogzenuw, liggen dicht tegen elkaar aan. Als de slagader is aangetast door aderverkalking, dan kan de dikke stijve wand op de ader drukken. Die komt in de knel en dan kan er door stolselvorming een verstopping ontstaan. Ook verderop in het netvlies kan zo’n afsluiting ontstaan.

Wat zijn de gevolgen van oogtrombose?

Het netvlies vormt de binnenbekleding van je oog en zorgt ervoor dat je kunt zien. In het netvlies reageren staafjes en kegeltjes op het licht dat je oog invalt. Die staafjes en kegeltjes zorgen samen voor de informatie die je brein nodig heeft om een beeld te vormen. Bij een trombose krijg je bloedingen en vochtophoping, ofwel oedeem. Je netvlies kan daar niet tegen en je ziet dan niet goed meer. Als de aan- of afvoer van bloed niet goed gaat, is het risico op slechter zien dus groot.

Het herstel is wisselend. Zeker bij jonge mensen kan het bloedvat herstellen. Het zicht verbetert dan ook weer. Bij oudere mensen is dit vaak lastiger en ontstaat er meer restschade. Je houdt dan last van chronisch lekkende bloedvaten in het oog. Die lekkage kunnen we wel blijven behandelen, waardoor de vochtlekkage in het netvlies vermindert.

Ook krijg je later soms complicaties. Je oog gaat dan bijvoorbeeld nieuwe vaatjes aanmaken, maar die zijn van slechte kwaliteit. Ze kunnen op het netvlies groeien; ook weer gaan lekken en hoge oogdruk geven. Dat kan voor pijn en blindheid zorgen.

Behandeling van oogtrombose

Een beschadigde ader maakt een stofje aan dat de lekkage eigenlijk onderhoudt: vaatfactor. Dat stofje gaan we tegen met injecties in het oog. Die behandeling is vrij intensief. Een oogarts moet de injectie geven. De meeste mensen vinden het vooral de eerste keer spannend. Als je oog nieuwe, slechte vaten gaat aanmaken, dan is er soms ook een laserbehandeling nodig.

 Is dat bij een ooginfarct hetzelfde?

Nee, een infarct is veel ernstiger. Vergelijk het met het verschil tussen een beentrombose of een hartinfarct. Bij een ooginfarct zit er een bloedprop in de slagader, waardoor de essentiële toevoer van voedingstoffen en zuurstof tijdelijk helemaal onderbroken wordt. De schade aan het oog en het zicht is dan blijvend en ernstig.

Na zo’n ooginfarct kunnen we vaak niet veel meer doen voor het aangedane oog. De behandeling is er dan vooral op gericht om een infarct in het tweede oog te voorkomen. De internist onderzoekt dan de achterliggende oorzaak. Hoe kunnen we de vorming van nieuwe bloedpropjes voorkomen? Deze patiënten krijgen vaak een antistollingsbehandeling.”

Antistollingsbehandeling en oogtrombose

Wat echt belangrijk is: de risico’s en behandeling van oogtrombose zijn heel anders dan bij andere vormen van trombose. Je krijgt bijvoorbeeld vrijwel nooit bloedverdunners, tenzij we een stollingsziekte aantonen. Daarom geven we het ook een andere naam, zodat ook voor huisartsen en patiënten heel duidelijk is dat je er anders mee om moet gaan.

In plaats van bloedverdunners hebben veel patiënten baat bij bloeddrukverlagers en leefstijladviezen en statines om het cholesterol laag te houden. In tegenstelling tot andere vormen van trombose is aderverkalking en dus een hoge bloeddruk een belangrijke risicofactor. De kennis op dit punt is de laatste jaren gelukkig verbeterd, maar soms volgt een huisarts nog steeds ons advies niet op om goed op de bloeddruk en het cholesterol te letten. Ze zeggen dan: nee hoor, er is niet zo’n verband tussen trombose en bloeddruk. Maar: dat verband is er bij oogtrombose dus heel duidelijk wél.”

Wat zijn risicogroepen?

De meeste patiënten zijn ouderen met aderverkalking. Verreweg de grootste boosdoener daarbij is een hoge bloeddruk. Ook een verhoogd LDL-cholesterolgehalte, dus ongezond cholesterol, draagt bij aan aderverkalking en dus de kans op vaatafsluiting. Bij jonge mensen komt het veel minder vaak voor. Dan doen we dus ook veel onderzoek naar stollingsafwijkingen. Ook mensen met de oogziekte glaucoom hebben meer kans op oogtrombose.

Een hoge bloeddruk is een belangrijke risicofactor voor oogtrombose. Stoppen met roken en letten op je bloeddruk is dus extra belangrijk.

Hoe voorkom je een oogtrombose?

Algemene adviezen zijn niet zo relevant, want het komt niet vaak voor. Voor mensen die er een gehad hebben, is zo’n oogtrombose vaak een wake-up-call. Ze stoppen met roken of letten meer op hun cholesterol. Alles wat je kunt doen om aderverkalking te voorkomen, helpt ook om een nieuwe oogtrombose te voorkomen.

Helaas is de aandoening zoals gezegd vaak chronisch. De injecties zijn dan een onderhoudsbehandeling waarmee we de lekkage van bloedvaten tegengaan. Je wil daarmee het maximaal haalbare gezichtsvermogen bereiken en behouden.

Wat hoopt u voor de toekomst?

De belangrijkste innovatie voor de komende jaren is wat mij betreft dat de vaatremmers langer zouden werken. Het is zowel voor de patient als voor ons oogartsen heel intensief om elke maand de injecties te geven.