Home
Home
Doneer nu!

Wat is trombose

Trombose is de afsluiting van een ader of slagader door een bloedprop (trombus). In ons bloed zitten stoffen die zorgen voor de bloedstolling. Ze komen in actie als u een wondje heeft. Het wondje sluit en het bloeden stopt. Als het bloed blijft stollen of het stolsel te groot wordt, dan zorgen anti-stollingstofjes dat de stolling stopt. Ook breken ze te grote stolsels af. Zo blijft het systeem weer in evenwicht.

Afsluiting van een ader of slagader

Bij trombose gaat het mis met dit ingenieuze systeem van stolling en antistolling. Het bloed stolt, terwijl er geen wondje is. Of de bloedprop groeit door en wordt te groot. Dat kan een trombose veroorzaken. De bloedprop sluit het bloedvat af. Of er breekt een stukje van een stolsel af om verderop een bloedvat af te sluiten. Dit kan een longembolie veroorzaken. Als er een ader verstopt raakt, heet dat veneuze trombose. Per jaar krijgen in Nederland ongeveer 30.000 mensen een veneuze trombose. Een veneuze trombose kan leiden tot de chronische aandoening PTS (posttrombotisch syndroom). Wanneer een slagader verstopt raakt heet dat arteriële trombose. Dit kan een hartinfarct of herseninfarct veroorzaken. Het kan ook aanleiding geven tot de chronische aandoening PAV (perifeer arterieel vaatlijden).

De oorzaken

Trombose is een hele complexe aandoening, die kan ontstaan door verschillende oorzaken. Vaak is het ook een combinatie van factoren. Bekende risicofactoren zijn:

-beschadigingen aan de bloedvaten bij ongelukken of operaties, bijvoorbeeld bij een gebroken been of enkel, en knie- en heupoperaties 

-veranderingen in de samenstelling van het bloed door hormoongebruik of door ziektes zoals reuma en ontstekingen aan bijvoorbeeld darmen of longen

-erfelijke factoren. Bijvoorbeeld: ongeveer 5% van de Nederlandse bevolking heeft de Factor V leiden-mutatie. Ook zijn er mensen met te veel bloedstollingsfactor VIII. In beide gevallen is het risico op een trombose vier keer zo groot als bij mensen zonder deze afwijkingen. U kunt ook een tekort aan antitrombine, proteïne C of proteïne S hebben. Dan heeft u maar liefst een 5 tot 10 keer zo hoge kans om een trombose te ontwikkelen.

-langdurig stilzitten of liggen, bijvoorbeeld als iemand een gebroken been heeft of ernstig ziek is en daardoor langdurig niet beweegt

-vliegreizen langer dan vijf uur. Dit komt door het stilzitten met de benen in een gebogen houding en het lagere zuurstofgehalte in de lucht.

-bepaalde hartziektes, zoals boezemfibrilleren

-zwangerschap en de anticonceptiepil, dit vormt vooral een risico in combinatie met erfelijke afwijkingen

-bepaalde geneesmiddelen, zoals sommige chemo- of hormoonkuren bij kanker

-ouderdom, door veroudering van het lichaam kunnen ontstekingen in de bloedvaten ontstaan, door aderverkalking. Deze ontstekingen kunnen leiden tot trombosevorming.

Soms is helemaal geen aanleiding te vinden en ontstaat spontaan een stolsel. Daardoor krijgen ook jonge en sportieve mensen soms te maken met trombose. 

Trombose moet altijd behandeld worden. Het kan ernstige en langdurige gevolgen hebben. Gelukkig zijn er goede medicijnen die helpen om de gevolgen te beperken en het risico op een tweede trombose een stuk verkleinen. 

Gezonde bloedvaten

Er zijn dus veel verschillende oorzaken van trombose, waarbij pech en geluk een grote rol speelt. Toch ontstaat trombose minder snel als de vaten gezond zijn. Een gezonde leefstijl helpt daarbij: niet roken, gezond eten en veel bewegen dragen hieraan bij.