Home
Home
Doneer nu!

Oorzaken van trombose

Trombose komt veel voor en vaak spelen meerdere factoren een rol bij het ontstaan. Een belangrijke oorzaak is simpelweg slijtage van de bloedvaten. Het is dus zeker een kwaal van oudere mensen. Maar: trombose treft ook jonge, sportieve mensen. Er zijn een aantal oorzaken die de kans op trombose verhogen. 

Beschadigde of versleten bloedvaten Trombose kan ontstaan als de kwaliteit van de bloedvaten niet goed is. Ouderdom, maar ook leefstijl spelen een rol. Roken, een hoog cholesterolgehalte, suikerziekte en hoge bloeddruk versnellen de slijtage van onze bloedvaten. Het risico op aderverkalking en trombose neemt dan toe.

Operaties Een van de grootste oorzaken van trombose is een beschadiging aan een bloedvat, bijvoorbeeld door een ongeluk of een operatie. Met name orthopedische operaties waarbij een heup of een knie wordt vervangen geven een hoog risico op trombose in de weken na de operatie. Bij een operatie krijgt u standaard antistollingsmiddelen voorgeschreven, tenzij de richtlijnen anders aangeven. U kunt deze richtlijnen vinden in de richtlijnendatabase of hier downloaden. Maar ook bij een gebroken enkel of been kan een trombose ontstaan, ook al is er dan niet geopereerd.

Boezemfibrilleren Dit is een hartritmestoornis die de kans op trombose verhoogt. Bij boezemfibrilleren is sprake van een ontregelde elektrische activiteit in het hart; het ritme en vaak ook de frequentie van samentrekken van het hart zijn verstoord. Daardoor stroomt het bloed in het hart wat trager en kan een bloedstolsel ontstaan. Dat bloedstolsel kan naar de hersenen schieten. U kunt dan een beroerte (herseninfarct, TIA) krijgen. Bij boezemfibrilleren wordt u daarom altijd behandeld met antistollingsmiddelen. Deze middelen verlagen het risico op stolselvorming in het hart. Daarmee neemt ook het risico af dat het stolsel vanuit het hart wordt meegevoerd met de bloedstroom en dan bijvoorbeeld een herseninfarct veroorzaakt. 

boezemfibrilleren

Symptomen van boezemfibrilleren zijn onder andere:

  • kortademigheid
  • sneller moe
  • snelle en onregelmatige hartkloppingen
  • duizelingen (licht in het hoofd, verward)
  • pijn op de borst (bij inspanning en in rust).

Niet iedereen met boezemfibrilleren ervaart deze verschijnselen; soms wordt de aandoening bij toeval ontdekt. Boezemfibrilleren komt relatief vaak voor, vooral bij mensen ouder dan 75 jaar. Oorzaken en risicofactoren voor deze hartritmestoornis zijn onder andere hoge bloeddruk, andere aandoeningen van het hart (zoals beschadigde hartkleppen of slagaderverkalking), aandoeningen van bijvoorbeeld longen (tumor, longontsteking) of schildklier (hyperthyroïdie), diabetes, overmatig alcohol- of cafeïnegebruik, stress en neurologische stoornissen.

Erfelijke aanleg
Als u een erfelijke afwijking heeft dan kan uw bloed sneller stollen, in combinatie met andere factoren zoals hormonale veranderingen bij pilgebruik of zwangerschap of langdurig vliegen. Er zijn verschillende erfelijke afwijkingen:

  • Ongeveer 5% van de Nederlandse bevolking heeft of de Factor V leiden-mutatie of protrombinemutatie. Bij deze mutatie werkt het eiwit proteïne C minder goed. Het risico op een trombose is vier keer zo groot als bij mensen zonder deze mutatie
  • Een andere erfelijke aandoening is een teveel aan Bloedstollingsfactoren VIII. In dat geval stolt u bloed sneller dan normaal.  Het risico op een trombose is vier keer zo groot als bij mensen zonder deze afwijkingen.
  • Een tekort aan antitrombine, proteïne C of proteïne S: drie eiwitten die de bloedstolling remmen. Als u een tekort aan een van deze eiwitten heeft, dan heeft u maar liefst een 5 tot 10 keer zo hoge kans om een trombose te ontwikkelen

 

Erfelijke factor  Percentage bezitters in de bevolking  Geschatte toename risico
 Protrombine 20210G>A  2%  2x
 Factor V Leiden  3%  4x
 Proteïne C-deficiëntie  0,1%  10x
 Proteïne S-deficiëntie  0,1%  10x
 Antitrombinedeficiëntie  0,1%  10x

Anticonceptiepil 
Wanneer u de anticonceptiepil slikt verandert de samenstelling van uw bloed. U hebt meer vrouwelijke hormonen. Het risico op trombose neemt gemiddeld met vier keer toe. Jonge, gezonde vrouwen hebben een kleine kans trombose te ontwikkelen als zij alleen de pil slikken. Als u boven de veertig bent en de pil slikt, neemt het risico toe. Helaas is nog niet goed te zeggen in welke gevallen u beter wel of geen pil kunt gebruiken. De meeste vrouwen die al eens trombose hebben gehad, krijgen het advies om een andere vorm van anticonceptie te kiezen. Als u een erfelijke afwijking hebt die uw kans op trombose verhoogt, is het raadzaam om met uw huisarts te bespreken of en zo ja en welke pil u zou kunnen slikken. De zogenaamde tweedegeneratiepil geeft bijvoorbeeld een iets kleinere kans op trombose dan de derdegeneratiepil.

(Bed)rust bij ziekte, operatie of blessure 
Bij langdurige (bed)rust, bijvoorbeeld na een operatie, ongeval of blessure, stroomt uw bloed trager. Als u uw been of arm in het gips of een zwachtel heeft en minder mobiel bent dan normaal, kan ook een trombose ontstaan. Maar ook als u lange tijd stil zit, bijvoorbeeld tijdens de studie, kan een trombose ontstaan. Dit kan ook gebeuren bij jonge en sportieve mensen.

Zwangerschap
Vrouwen lopen tijdens de zwangerschap en in het kraambed een groter risico op het krijgen van trombose. Dat komt door een veranderende samenstelling van het bloed door toename van vrouwelijke hormonen bij zwangerschap. Het is daarom belangrijk dat u de symptomen van trombose tijdig herkent

Kanker
De behandeling van kanker met een chemo- of hormoonkuur kan de samenstelling van uw bloed veranderen. Door een andere samenstelling van het bloed kan het bloed sneller gaan stollen. Vrouwen die hormoontabletten of pleisters gebruiken, bijvoorbeeld bij de behandeling van kanker hebben een vergrote kans op het krijgen van trombose. Juist dan is het belangrijk dat u de symptomen van trombose tijdig herkent. Ook de ziekte zelf kan de samenstelling van uw bloed veranderen. 

Roken
Roken verslechtert de kwaliteit van de bloedvaten. Zo kan door roken slagaderverkalking ontstaan. De ontstekingen in de vaatwand kunnen vervolgens de bloedstolling aan het werk zettenstollingsfunctie van uw bloed activeren en een trombose veroorzaken. Een hoog cholesterolgehalte, suikerziekte en hoge bloeddruk spelen hierbij ook een belangrijke rol. 

Lange vlieg- en busreizen
Als u een lange reis gaat maken met de bus of met het vliegtuig heeft u op twee verschillende manieren kans op trombose:

  • Uw bloeddoorstroom kan worden belemmerd. Dit geeft meer kans op een verhoogde stolbaarheid van het bloed en dus op trombose. Door een belemmerde bloedstroom stroomt bloed langzamer dan normaal. Als u lange tijd stil zit (dat kan ook tijdens bijvoorbeeld de studie zijn), kan een trombose ontstaan. Dit kan ook gebeuren bij jonge en sportieve mensen.
  • Een lange vliegreis, langer dan 5 uur, kan extra risico geven op een trombose, doordat het zuurstofgehalte van de lucht lager is. Dat heeft invloed op de samenstelling van het bloed, en kan ertoe leiden dat het bloed sneller stolt. Zeker in combinatie met langdurig zitten in een vliegtuigstoel.

Daarom is het bij lange reizen per vliegtuig, auto of bus goed om de volgende regels in acht te nemen: 

  • Houd uw kuitspieren, voeten en armen goed in beweging.
  • Zorg in ieder geval elke 2 uur voor wat beweging.
  • Gebruik geen of nauwelijks alcohol en koffie.
  • Drink ruim zonder te overdrijven.
  • Gebruik geen slaapmiddelen (u wordt er erg slap van en beweegt veel minder, waardoor de bloeddoorstroming achteruitgaat).
  • Draag geen strakke kleding en trek eventueel uw schoenen uit.
  • Draag eventueel steunkousen aan beide kanten.

Mocht u verschijnselen ervaren die kunnen wijzen op een trombose, raadpleeg dan altijd een arts (ook in het land van bestemming). 

 

Trias van Virchow: bloedstroom, samenstelling van het bloed en de vaatwand

De negentiende-eeuwse Duitse arts en patholoof Rudolf Virchow formuleerde in 1856 drie factoren die een rol spelen bij het ontstaan van ongewenste bloedstolsels: de vaatwand, de bloedstroom en de samenstelling van het bloed. Deze drie factoren worden de trias van Virchow genoemd. Als een van deze drie factoren verandert, stijgt het risico op de vorming van bloedstolsels.

1. De vaatwand kan beschadigt raken door bijvoorbeeld een operatie of een ontsteking. Denk dan aan een heftige griep, of een ontsteking in de darmen, de longen of bij reuma. En ook veroudering van het lichaam kan een rol spelen.

2. De bloedstroom in de aders kan vertragen door lang stilzitten (in het vliegtuig) of liggen (ziekenhuis) of door ouderdom en te weinig beweging.

3. Bij sommige mensen heeft het bloed binnen de bloedsomloop de neiging om te stollen, bijvoorbeeld door een erfelijke aanleg als de Factor V-Leiden, of een afwijking bij de aanmaak van antitrombine, proteïne C of proteïne S. Ook de toename van vrouwelijke hormonen bij zwangerschap of het gebruik van anticonceptie kan de samenstelling van het bloed veranderen. De aanwezigheid van tumoren in het lichaam kan leiden tot een hogere stollingsneiging, evenals de medicijnen die worden gebruikt voor de behandeling van kanker.