Chronische veneuze insufficiëntie

Bij de aandoening “chronisch veneuze insufficiëntie” (letterlijk het doorlopend tekortschieten van de aders) functioneren de kleppen in de aderen niet goed.

Aderen vervoeren zuurstofarm bloed vanuit weefsels en organen terug naar het hart en de longen. Aderen bevatten kleppen, die het bloed dat door de kuitspier richting het hart en de longen wordt gepompt, tegenhouden. Zo verhinderen de kleppen dat het bloed terug lekt naar beneden. De kleppen kunnen echter beschadigd raken, waardoor ze niet goed meer sluiten. Bloed met afvalstoffen stroomt zo terug in het been. Hierdoor verhoogt de druk in het bloedvat, waardoor vocht en eiwitten door de wand van het bloedvat in het beenweefsel wordt geperst. Hierdoor ontstaat oedeem en een vermoeid gevoel in het been. Bij een langdurig bestaande veneuze insufficiëntie kunnen problemen ontstaan bij de doorbloeding van de huid. De huid wordt dan kwetsbaar en gevoeliger voor beschadiging of het ontstaan van een open wond.

Chronische veneuze insufficiëntie komt vrij veel voor. De oorzaak kan erfelijk zijn, waarbij er een zwakke vaatwand is. Het kan echter ook optreden als gevolg van een beschadiging van het bloedvat, bijvoorbeeld als er een trombose in het bloedvat heeft gezeten. Spataderen zijn een uiting van chronische veneuze insufficiëntie. Bij spataderen loopt de druk in een aderen zo hoog op dat de ader uitrekt.

Met compressietherapie (zwachtels of een steunkous) kan de bloedstroom worden verbeterd. Door tegendruk te geven, kunnen de kleppen in de vaatwand beter sluiten en vermindert het oedeem. Ook verbetert de doorbloeding van de huid waardoor de toevoer van zuurstof wordt verbeterd. Veel bewegen en een gezonde leefstijl met veel beweging (wandelen, fietsen) en een goed gewicht kunnen helpen bij het verminderen van de klachten. Ook roken heeft een ongunstige invloed op de doorbloeding, stoppen met roken is daarom ook aan te raden.