Geen bloedcontrole nodig bij gebruik DOACs, hoe zit dat?

Wij krijgen regelmatig vragen over bloedverdunners, en dan vooral over DOACs, de nieuwe generatie antistollingsmiddelen. Recent kregen wij bijvoorbeeld deze vraag van iemand die bloedverdunners gebruikt i.v.m. atriumfibrilleren: “DOACs kennen standaarddoses, en er vindt geen bloedcontrole plaats. Het is ook niet te prikken, zodat het zo kunnen zijn, dat het medicijngehalte in het bloed voor de ene patiënt te hoog is, en voor een andere patiënt te laag. Hoewel het positieve gemiddelde effect op stolsels hetzelfde lijkt te zijn, en er zijn gelukkig iets minder bloedingen, ook gemiddeld. Het zijn echter slechts gemiddelden, maar op individueel niveau dus niet te controleren. Hoe zit dit?”

Dr. Victor Gerdes, Internist vasculair geneeskundige Amsterdam UMC, locatie AMC geeft antwoord.

“Dit is een begrijpelijke vraag, maar de gedachte klopt niet. Ook met een consequente monitoring en INR waarden binnen de range beschermen de VKAs niet beter dan de DOACs bij atriumfibrilleren.

Bij het gebruik van Vitamine K remmers wordt de INR gecontroleerd. Deze controles zijn nodig omdat voeding, ziekte, alcohol, medicatie, het vergeten van medicatie etc. alle invloed hebben op de INR. Als er niet wordt gecontroleerd en eventueel bijgestuurd in de medicatie, is er teveel kans op een te hoge of een te lage INR. Deze monitoring geeft een veilig gevoel en zorgt ervoor dat de INR waarde binnen de range kan blijven, maar maakt niet dat een Vitamine K remmer op individueel niveau beter werkt dan een DOAC.

Monitoring met INR werkt wel bij de mensen die anders erg nonchalant met medicatie zijn, die zullen met de INR meting door de mand vallen. Als er geen bloedcontrole is, gebeurt dat niet. Echter, als iemand de DOAC zorgvuldig dagelijks neemt is dit niet aan de orde. In de onderzoeken waarin VKAs met DOACs vergeleken werden deden de erg slordige mensen niet mee.

Het is goed te beseffen dat er bij de meeste geneesmiddelen geen herhaalde bloedmetingen nodig zijn om de werking te controleren. De DOACs zijn juist ontworpen om van die controles af te komen. Daarnaast is het bij preventieve geneesmiddelen per definitie niet mogelijk om de werking op individueel niveau aan te tonen. Er is immers alleen een bepaald risico en zolang er geen nieuwe trombose is, kan je niet beoordelen of dat door het medicijn komt of niet. Bij een pijnstiller is de werking wel direct te merken. En bij een ernstige infectie zie je of een antibioticum werkt. Bij het gebruik van antistollingsmedicatie ter voorkoming van trombose is het dus alleen mogelijk groepen gebruikers te vergelijken.”