11 augustus 2021

Hoe ziet de behandeling en diagnose van trombose er uit?

Regelmatig krijgen wij vragen over de behandeling en diagnose van trombose. Welke artsen helpen een trombosepatiënt? Welke behandelingen zijn er? En waar kan een patiënt zich op voorbereiden? Deze vragen en meer hebben we gesteld aan dr. Michiel Coppens, internist vasculair geneeskundige bij het Amsterdam UMC. Lees hier zijn antwoorden.

Welke artsen komt een trombosepatiënt zoal tegen?

“Dat verschilt per patiënt. Vaak begint het bij een huisarts, die bij een klinische verdenking snel moet handelen, want uitstel van diagnose kan leiden tot schade. Trombose herkennen blijft echter lastig, want de symptomen zijn bij ieder mens weer anders. Een huisarts kan trombose uitsluiten door ondervraging en bloedonderzoek. Als uitsluiten niet kan, is vervolgonderzoek nodig. In de meeste gevallen stuurt de arts de patiënt dan door naar het ziekenhuis voor een echo of scan. Hier kunnen patiënten te maken krijgen met een internist, longarts (bij longembolie), vaatchirurg (bij trombosebeen) en soms ook een eerstehulparts (voor diagnostiek en opstarten van behandeling).”

Welke verschillende trombosebehandelingen zijn er?

“Voor het behandelen van trombose zijn er drie soorten antistollingsmiddelen. De meeste patiënten krijgen DOAC’s voorgeschreven, dat is de eerste keuze. Vitamine K remmers (VKA’s) zijn er voor mensen die niet in aanmerking komen voor DOAC’s, bijvoorbeeld bij ernstig nierfalen of door combinatie met andere medicijnen. Heparines of laagmoleculair gewichtsheparines (LMWH’s) worden voorgeschreven om een acute trombose tot stilstand te brengen, en aan zwangere vrouwen en mensen met kanker. Steeds vaker krijgen mensen met kanker DOAC’s voorgeschreven. De antistollingsmedicijnen remmen de aanmaak van nieuwe stolsels zodat je lichaam de tijd krijgt om de trombose aan te pakken. Dit is geen snel proces, het duurt ongeveer drie maanden. Dit drie-maanden-moment is erg belangrijk.”

Waarom is dit moment zo belangrijk?

“Dan moeten de arts en patiënt een afweging maken: gaan we voor lang of kort behandelen? Maximaal vermijden van trombose of liever een leven zonder geneesmiddelen en alert zijn op klachten? Maar sommige patiënten ervaren dat deze keuze aan hen voorbij gaat. Artsen moeten een patiënt echt aan de hand nemen, rustig de verschillende scenario’s bespreken en dan samen tot een besluit komen. Zo kan de patiënt zelf beslissen over zijn of haar toekomst. Een gesprek dat mijns inziens thuishoort in de tweedelijnszorg, bij specialisten. Doen we dit gesprek niet goed, dan geneert dat later ongewenste spin-off zoals een extra consult bij de huisarts of een second opinion.”

Kunnen patiënten zich op dit moment voorbereiden?

“Zeker. In de eerste maand van de behandeling vertel ik al dat we op het drie-maanden-punt samen een beslissing moeten nemen: doorgaan of stoppen. Ik verwijs patiënten naar consultkaart.nl waar ze drie scenario’s met alle consequenties vinden. Verdiep je alvast hierin, dan kunnen we op dat moment beter en sneller een besluit nemen.”

Moeten mensen na het stoppen met antistollingsmedicijnen nog op controle?

“Nee. Sommige mensen vragen om periodieke echo’s of CT-scans, maar dat heeft weinig nut. Diagnostiek voor trombose kun je het beste op basis van klachten doen. Trombose is een ziekte die in korte tijd tot klachten leidt. Als ik vandaag een scan maak, kun je volgende week trombose ontwikkelen en klachten krijgen. Met een periodieke controle kun je trombose niet voorkomen. Het is beter om alert te zijn op klachten en snel te handelen.”

Meer informatie over trombose?

Download de gratis brochure ‘Wat is Trombose’. In deze brochure leest u meer over:

✓ De verschillende soorten trombose
 Eerste symptomen van trombose
✓ Behandeling van trombose

Download de brochure