Poortadertrombose is niet altijd een bloedstolsel

17 september 2021

Patiënten met een chronische leverziekte krijgen relatief vaak trombose in de poortader, terwijl deze vorm van trombose uiterst zeldzaam is bij mensen met een gezonde lever. In tegenstelling tot de meeste andere vormen van trombose geeft poortadertrombose vaak geen duidelijke symptomen, en wordt vaak per toeval ontdekt.

De behandeling van poortadertrombose is vergelijkbaar met de behandeling van bijvoorbeeld een trombosebeen, en bestaat dus meestal uit antistollingsmedicijnen. Waar de behandeling van een trombosebeen met antistollingsmedicatie bijna altijd effectief is, is antistollingstherapie in een deel van de patiënten met poortadertrombose niet effectief. Een overactief bloedstollingssysteem is vaak mede de oorzaak van een trombosebeen. Uit recent door de Trombosestichting Nederland gefinancierd onderzoek uitgevoerd door Ellen Driever en Fien von Meijenfeldt onder begeleiding van prof. dr. Ton Lisman uit het UMCG is echter gebleken dat veranderingen in het bloedstollingssysteem niet lijken bij te dragen aan de ontwikkeling van poortadertrombose. Bovendien is er gevonden dat de samenstelling van deze bloedstolsels anders is dan bij een trombosebeen. De onderzoekers kunnen door deze vinding verklaren waarom antistollingsmedicijnen niet altijd helpen bij patiënten met poortadertrombose.

De poortader is een van de twee bloedvaten die de lever van bloed voorziet. Trombose, een bloedstolsel dat het bloedvat geheel of ten dele blokkeert, in deze ader is zeldzaam, maar komt relatief vaak voor bij mensen met een chronische leverziekte. Er is nog veel onduidelijk over het ontstaan en de behandeling van poortadertrombose. De behandeling die nu gegeven wordt is vergelijkbaar met de behandeling van bijvoorbeeld een trombosebeen. Helaas is die behandeling niet bij alle mensen met poortadertrombose effectief. De onderzoekers van het UMCG stelden dat de er belangrijke verschillen zijn in de eigenschappen van de poortader in vergelijking met bijvoorbeeld een beenader. Zo mist de poortader kleppen in het bloedvat, en we weten dat bloedstolsels in het been vaak ontstaan rondom deze vaatkleppen. In samenwerking met onderzoekers uit Barcelona hebben we aangetoond dat de samenstelling van het bloed, die een belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van een beentrombose, geen rol speelt in de ontwikkeling van poortadertrombose. Deze vinding geeft aan dat beentrombose en poortader trombose twee verschillende ziektebeelden zijn.

In een tweede studie hebben we gekeken naar de samenstelling van een poortader trombose. Hoewel de samenstelling van bloedstolsels zoals bij een trombosebeen goed bekend is, was dat bij poortader trombose nog niet zo. Door een beter inzicht te krijgen in de samenstelling van deze stolsels kan ook een betere, gerichtere behandeling gekozen worden, zo stelden de onderzoekers. In samenwerking met onderzoekers uit Londen, Barcelona en Philadelphia is met verschillende microscopische technieken de samenstelling van bloedstolsels in de poortader onderzocht. De onderzoekers kwamen erachter dat maar in 30% van de patiënten met poortadertrombose een bloedstolsel aanwezig is dat lijkt op een bloedstolsel zoals in een trombosebeen. In alle patiënten vonden zij een verdikking van de vaatwand. Een poortadertrombose lijkt dus vaak helemaal geen ‘trombose’, maar een versmalling in het bloedvat door deze vaatwand verdikking. Ook deze vinding geeft aan dat poortadertrombose een heel ander ziektebeeld is dan een beentrombose. Een behandeling met antistollingsmedicijnen zoals bij trombosebeen zal waarschijnlijk niet helpen om deze vaatwandverdikking te doen verminderen. In een vervolgonderzoek gaan de onderzoekers verder kijken naar de risico’s voor het ontstaan van die vaatwandverdikking, zoals een verhoogde bloeddruk in de poortader, en zullen behandelingen gericht op het voorkomen van het ontstaan van een vaatwandverdikking worden onderzocht.

> Lees hier meer over het onderzoek van prof. dr. Ton Lisman

Driever EG, von Meijenfeldt FA, Adelmeijer J, de Haas RJ, van den Heuvel MC, Nagasami C, Weisel JW, Fondevila C, Porte RJ, Blasi A, Neaton H, Gregory S, Kane P, Bernal W, Zen Y, Lisman T. Non-malignant portal vein thrombi in patients with cirrhosis consist of intimal fibrosis with or without a fibrin-rich thrombus. Hepatology 2021, in press

Turon F, Driever EG, Baiges A, Cerda E, Garcia-Criado A, Bru C, Berzigotti A, Nunez I, Orts L, Reverter JC, Magaz M, Camprecios G, Olivas P, Betancourt-Sanchez F, Perez-Campuzano V, Blasi A, Seijo S, Reverter E, Bosch J, Borras R, Hernandez-Gea V, Lisman T, Garcia-Pagan JC. Predicting portal thrombosis in cirrhosis: A prospective study of clinical, ultrasonographic and hemostatic factors. J Hepatol. 2021.