Trombose in de hersenen

Een stolsel in een bloedvat in het hart of in de halsslagader kan loslaten en via de bloedstroom worden meegevoerd naar de hersenen. Als het stolsel vastloopt in de hersenen, spreken we van een hersenembolie. Als een embolie een slagader in de hersenen afsluit, kunt u buiten bewustzijn raken en lichte tot ernstige spraakstoornissen of verlammingen. Als de gevolgen zich binnen 24 uur herstellen noemen we het een TIA. Bij blijvende gevolgen spreken we van een CVA.

Hersenembolie 

Als een stukje van een stolsel of een stolsel loslaat in het hart of in de halsslagader, kan dit vastlopen in de verderop gelegen slagader van de hersenen. We spreken dan van een hersenembolie.

Herseninfarct

Als een embolie een slagader van de hersenen afsluit, kan dit een herseninfarct veroorzaken. De gevolgen zijn afhankelijk van de grootte van het stolsel en de plaats waar dit vastloopt. De verschijnselen zijn bewusteloosheid, lichte tot ernstige spraakstoornissen of verlammingen. Als iemand binnen 24 uur herstelt, noemen we het een TIA. Bij blijvende gevolgen spreken we van een CVA. Ook in de hersenen kan een bloedprop zowel in gewone aderen als in slagaderen voor problemen zorgen, respectievelijk een veneuze of arteriële trombose. Een TIA en een CVA zijn vormen van trombose in de slagaderen.

Behandeling

Als de patiënt direct na start van de symptomen naar het ziekenhuis komt, krijgt hij of zij een ‘intraveneuze trombolyse’. Dit is een stolseloplossend medicijn dat via een infuus wordt gegeven. Na 4,5 uur kan dit niet meer. De oorzaak van de hersenembolie bepaalt welk antistollingsmiddel de neuroloog zal voorschrijven. Een veelvoorkomende oorzaak voor een hersenembolie is de hartritmestoornis boezemfibrilleren of atriumfibrilleren. Ter voorkoming van een nieuwe trombose in de hersenen kan de neuroloog aspirine dan wel antistollingsmiddelen als acenocoumarol of fenprocoumon voorschrijven.

Sinustrombose

Bij een ‘cerebrale sinustrombose’, kortweg sinustrombose, zit er een prop in de afvoerende vaten van het hoofd (veneuze trombose). Dit wordt ook wel een trombosehoofd genoemd. Er zit dan een bloedprop. Sinustrombose komt vooral voor bij jonge, voorheen vaak gezonde mensen. Met name jonge vrouwen worden door deze aandoening getroffen. De klachten lijken op die bij een TIA of CVA, maar de behandeling is anders. In de acute fase worden patiënten met sinustrombose behandeld met heparines of laagmoleculair gewichtsheparines en daarna met antistollingsmiddelen als acenocoumarol of fenprocoumon. Soms is het ook nodig om complicaties zoals epilepsie te behandelen. 8 van de 10 patiënten herstellen volledig.

Meer informatie over Trombose en hersenen

In deze brochure leest u meer over:

 Verschillen tussen beroerte, TIA, CVA en herseninfarct
Wat is trombose
Oorzaak van trombose
Symptomen van trombose
Hoe herken je een trombose

Download hier de brochure