Minder injectieleed voor pasgeboren baby’s

Onderzoeksleider: dr. Idske Kremer Hovinga (UMC Utrecht)

Pasgeboren kinderen die trombose krijgen, zijn vaak erg ziek. Belangrijke uitlokkende factoren van trombose bij deze groep zijn centraal veneuze katheters (“lijnen”), aangeboren hartaandoeningen en erfelijke trombofilie factoren. Deze groep kinderen wordt behandeld met LMWH-injecties. Deze injecties moeten 2 keer per dag gegeven worden. Daarnaast moet er bij deze kinderen ook regelmatig bloed afgenomen worden. Veel baby’s krijgen na een aantal dagen of weken onderhuidse zwellingen van de injecties en soms kan er bijna geen plekje meer gevonden worden waar ze nog geprikt kunnen worden. In dit project vergelijken de onderzoekers twee LMWH’s die bij pasgeborenen worden gebruikt in Nederland. Ze kijken daarbij naar effectiviteit en naar comfort. Hierdoor kan leed bespaard worden bij deze kinderen, terwijl de trombose toch zo goed mogelijk behandeld wordt.