Chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie

Per jaar krijgen ongeveer 10.000 mensen een longembolie. Dit is een trombose in de longen die een bloedvat in of naar uw longen verstopt. Door deze verstopping kan er weinig tot geen bloed meer stromen naar het achterliggende longweefsel. Een longembolie is meestal goed te behandelen door het slikken van antistollingsmiddelen. Dat helpt uw lichaam om het stolsel op te ruimen. Ondanks een goede antistollingsbehandeling blijft de helft van deze mensen langdurig benauwd en fysiek beperkt. Dit kan leiden tot kortademigheid en angst om weer te gaan bewegen. Vervolgens kunnen mensen raken in een vicieuze cirkel van weinig beweging en een verslechterende conditie. Dit heet het post-longembolie syndroom.

Daarnaast komt het soms ook voor dat een of meerdere bloedstolsels niet goed oplossen. Hierdoor blijven verstoppingen aanwezig waardoor de bloeddruk in de longslagaders flink kan toenemen. Door deze verhoogde druk moet de rechterhartkamer meer moeite doen om bloed rond te pompen in de longen. Wanneer deze druk te veel wordt, kan het leiden tot het falen van de rechterhartkamer. Dit wordt ook chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH) genoemd. Onbehandeld zal uw conditie bij CTEPH steeds verslechteren. Als de druk in de longvaten blijft toenemen, kan dit leiden tot een verminderde hartpompfunctie en uiteindelijk zelfs tot hartfalen.

 

Symptomen van CTEPH

Mensen met CTEPH ervaren symptomen zoals:

  • Kortademigheid
  • Vasthouden van vocht in de enkels (oedeem)
  • Flauwvallen of de neiging hebben om flauw te vallen
  • Duizeligheid
  • Pijn op de borst
  • Hartkloppingen

 

Diagnose

Deze symptomen zijn niet specifiek te relateren aan CTEPH en passen ook bij andere aandoeningen. Hierdoor is het diagnosticeren van CTEPH vaak lastig. CTEPH is een vorm van pulmonale hypertensie. Er zijn tientallen oorzaken van pulmonale hypertensie bekend. Een pulmonale hypertensie hoeft dus zeker niet altijd het gevolg van chronische longembolieën te zijn. Zo kan pulmonale hypertensie ontstaan door bijvoorbeeld een chronisch zuurstoftekort bij patiënten met COPD of door een aangeboren afwijking van de linkerhartkamer.

Aangezien CTEPH een progressieve aandoening is, is vroegtijdige herkenning enorm belangrijk. Zo kan een arts bij verdenking van CTEPH een perfusiescan en echocardiografie uitvoeren. Bij een perfusiescan wordt een licht radioactieve stof met een injectie toegediend in een bloedvat in de arm. Deze radioactieve stof is niet schadelijk. Vervolgens bekijkt de arts naar de doorbloeding en functie van de longen. Hiermee kan de arts bekijken of er nog steeds longembolieën aanwezig zijn. Een echocardiografie laat zien of er sprake is van een wandverdikking of verwijding van de rechterhartkamer. Hiermee kan een arts aantonen of er sprake is van een te hoge druk in de rechterhartkamer.

 

Behandeling

Anders dan andere vormen van pulmonale hypertensie, is CTEPH wel te genezen. Voor een deel van de patiënten met CTEPH is pulmonale endarterectomie een mogelijke operatie. Hierbij verwijdert een chirurg de binnenbekleding van de longslagader waaraan ook stolsels vastzitten. Dit is een ingrijpende operatie waarbij de uitvoering afhangt van de plaats van de stolsel en het aantal stolsels. Patiënten met andere aandoeningen en een slechte conditie komen minder snel in aanmerking voor deze operatie.