Vragen over INR waarde

Deze maand had mevr. B. van de Vreede twee vragen over de INR waarde voor onze rubriek “Stel uw vraag”. 

Mensen die vitamine K remmers zoals fenprocoumon of acenocoumarol slikken, staan onder controle van de trombosedienst. De trombosedienst meet of mensen meten zelfstandig hun INR waarde. INR staat voor International Normalized Ratio, en is de internationale maat voor de stolbaarheid van bloed.

De INR waarde geeft aan hoe snel het bloed stolt

  • Hoe hoger de INR waarde, hoe langer het duurt voordat bloed stolt. Wanneer de waarde te hoog is kan er een bloeding optreden.
  • Hoe lager de INR waarde, hoe sneller het bloed stolt. Dan kunnen er bloedstolsels ontstaan.

De INR waarde van patiënten, die onder controle van de trombosedienst staan, moeten in een bepaald gebied liggen: de INR range. De range is gekoppeld aan de reden waarom iemand antistollingsmiddelen gebruikt, maar individuele omstandigheden spelen ook een rol.

Mevr. B. van de Vreede stelde twee vragen over de INR waarde. Dr. Marieke Kruip is internist-hematoloog aan het Erasmus MC en geeft antwoord op haar vragen:

Vorig jaar is landelijk de INR range aangepast van 2.5-3.5 naar 2.0-3.0. Waarom is dat?

“De landelijke INR range is aangepast om te voldoen aan internationale richtlijnen en afspraken. Over de hele wereld wordt de INR range 2,0-3,0 gebruikt voor de patiënten die een normale instelling moeten hebben. Voor een hogere instelling wordt de range 2,5-3,5 gebruikt. Alleen in Nederland hebben we vele jaren een hogere range gehad (2,5-3,5) voor een normale instelling op basis van landelijke afspraken.

Na overleg met cardiologen, internisten en trombosediensten is besloten geen uitzondering meer te zijn, maar ons te houden aan de internationale afspraken. Daar zijn twee redenen voor. Zo zijn alle internationale onderzoeken naar de INR range gedaan met waarden tussen de 2,0 en de 3,0. En op deze manier zijn de waarden die we in Nederland gebruiken vergelijkbaar met andere landen.”

Als je genetisch belast bent met een stollingsafwijking (zoals Leiden V factor), moet dan je INR range niet worden aangepast?

“Nee dat hoeft niet. Er is geen relatie tussen de hoogte van de INR range waar iemand in moet zitten en het hebben van een stollingsafwijking. Een stollingsafwijking, zoals Factor V Leiden, zorgt ervoor dat de kans op een eerste trombose groter is. Als er eenmaal een trombose is ontstaan, hoeft deze niet anders behandeld te worden.”

Heeft u zelf een vraag?

Elke maand behandelen we in de rubriek “Stel uw vraag” een trombosegerelateerde vraag. Heeft u ook een vraag voor deze maandelijkse rubriek? Stuur ons dan een e-mail via tsn@trombosestichting.nl, met als onderwerp “Stel uw vraag”,  en wie weet behandelen we binnenkort uw vraag.

Let op: als u een dringende vraag heeft aangaande uw gezondheid, neem dan contact met uw behandelend arts.

Gebruikt u antistollingsmiddelen?

Vraag dan hier de antistollingspas aan