Behandeling trombosebeen anno 2018

In het kader van onze rubriek “Stel uw vraag” vroeg N. de Laat-Uijen ons wat de gangbare behandeling van een trombosebeen is.

Dr. Erik Klok is internist in het LUMC en geeft antwoord op de vraag.

Heeft u ook een vraag over trombose? Elke maand behandelen we in de rubriek “Stel uw vraag” één trombosegerelateerde vraag. Stuur ons een email via tsn@trombosestichting.nl, met als onderwerp “Stel uw vraag”, en wie weet behandelen we binnenkort uw vraag.

Diagnose stellen

“Een diep veneuze trombose of trombosebeen is een bloedstolsel in de beenader, die de doorstroom van bloed blokkeert en daarnaast (gedeeltelijk) los kan schieten en zo een longembolie veroorzaakt. De blokkade van de bloedstroom veroorzaakt pijn, zwelling en roodheid van het been. Meestal wordt de diagnose gesteld met hulp van een echografie van het been. Zodra de diagnose duidelijk is, zal de arts een behandeling met antistollingsmedicijnen starten. Deze behandeling blokkeert de werking van het stollingssysteem. Hiermee wordt voorkomen dat het stolsel verder kan groeien of dat er nieuwe stolsels kunnen ontstaan. De antistollingsmedicijnen zorgen niet voor het oplossen van het stolsel, dat doet het lichaam zelf.”

DOACs

“Tot enkele jaren terug bestond de antistollingsbehandeling uit zogenaamde vitamine k antagonisten. Omdat deze middelen geen vaste dagelijkse dosis hebben en de dosering moet worden aangepast bij verandering in het dieet of bij het starten van andere medicatie, werden de bloedwaardes gecontroleerd en de dosis bijgestuurd door de trombosedienst. Tegenwoordig is er een andere klasse medicatie beschikbaar, de zogenaamde DOACs. Omdat deze middelen wel een vaste dagelijkse dosis hebben en hun werking niet verandert door voeding of andere medicatie, hoeft er geen controle van de bloedwaardes te worden gedaan. Naast dit praktische voordeel zijn deze middelen veiliger dan de vitamine k antagonisten omdat ze minder ernstige bloedingen veroorzaken.”

‘Spontane’ trombose

“De antistollingsmedicatie moet worden gebruikt zolang het risico op een nieuwe trombose hoog is. Bij een trombose die is ontstaan door een heel duidelijke tijdelijke risicofactor, zoals na een operatie, botbreuk of lange vliegreis, is dat risico na 3 maanden zo laag dat de antistolling veilig kan worden gestaakt. Bij trombose veroorzaakt door een chronische risicofactor zoals kanker, moet de antistolling langer worden doorgezet. Hoe lang hangt af van de omstandigheden en verschilt van persoon tot persoon. Een laatste categorie patiënten krijgt een onverklaarde trombose. Dit wordt ook weleens ‘idiopatische’ of ‘spontane’ trombose genoemd. Ook deze patiënten worden tenminste drie maanden behandeld met antistolling. Daarna zal de behandelend arts de voor- en nadelen van stoppen of doorgaan met de antistolling bespreken. Aan de ene kant is er een relatief hoog risico op terugkeer van de ziekte als de medicatie gestopt wordt. Dat risico is ongeveer 30-50% in de eerste 10 jaar. Als de antistolling wordt doorgezet is het risico op een recidief (terugkerende) trombose heel laag, maar loopt de patiënt wel het risico om een bloeding te krijgen door de behandeling. Omdat de DOACs een relatief veilige behandeling zijn, zal de arts in veel gevallen adviseren door te gaan met de behandeling. De mening van de patiënt is erg belangrijk in deze beslissing. Als wordt besloten de behandeling te continueren is het sterk aan de raden jaarlijks met de behandelend medisch specialist of huisarts na te gaan of die beslissing nog steeds de juiste is, of dat veranderingen in de gezondheid of andere omstandigheden het verstandiger maken de behandeling alsnog te stoppen, of bijvoorbeeld de dosis aan te passen.”

Het nut van steunkousen

“Bij diagnose van het trombosebeen zal de arts ook informatie geven over het nut van steunkousen. Steunkousen stimuleren de bloedafvoer uit het been, wat door de trombose bemoeilijkt kan zijn. Uit oudere studies blijkt dat het dragen van een steunkous tot de knie voor een periode van 2 jaar, goed beschermt tegen het zogenaamde posttrombotisch syndroom. Het posttrombotisch syndroom betreft milde tot zeer ernstige klachten van het been door slechte afvoer van het bloed. Moderne studies konden dit gunstige effect echter niet altijd bevestigen. Er is dus geen 100% duidelijkheid of steunkousen nuttig zijn voor alle patiënten met een trombosebeen. Het is waarschijnlijk dat de steunkous het meest nuttig is voor patiënten die na enkele weken tot maanden na de diagnose nog steeds klachten hebben van het been. De behandelend arts maakt daarom samen met de patiënt een beslissing over óf en hoe lang steunkousen gedragen zouden moeten worden.”

Heeft u ook een vraag over trombose?

Stuur ons een email via tsn@trombosestichting.nl, met als onderwerp “Stel uw vraag”, en wie weet behandelen we binnenkort uw vraag..

 

Bekijk hier de andere vragen.