28 juli 2026
Onderzoek UMC Groningen naar dosis antistollingsmedicatie op IC’s
‘Er is twijfel bij IC-artsen over de optimale dosering.’
Het risico op trombose is groot voor patiënten op de intensive care, vandaar dat er preventief antistollingsmedicatie wordt gegeven. Maar de hoeveelheid verschilt per ziekenhuis. Vanuit het UMC Groningen wordt nu onderzoek gedaan naar welke dosis het meest effectief is.
Van patiënten die acuut op de afdeling intensive care (IC) worden opgenomen, krijgt tussen de drie en tien procent trombose. In absolute aantallen zijn dat in Nederland jaarlijks tussen de tweeduizend en vijfduizend mensen die toch al erg kwetsbaar zijn. Juist bij deze groep is een juiste dosering antistollingsmedicatie van groot belang: te weinig vergroot het risico op trombose, maar te veel vergroot de kans op bloedingen.
Maar wat is dan de juiste dosering? Daar is nog nooit goed onderzoek naar gedaan. Tot nu. Het UMC Groningen doet mee aan een Europese studie. Samen met IC-arts dr. Eric Keus en hematoloog prof.dr. Karina Meijer leidt internist in opleiding dr. Ruben Eck de Nederlandse tak van het onderzoek. ‘Niet alleen wereldwijd zijn er verschillen in welke dosering een ziekenhuis geeft, zelfs in Nederland zijn die verschillen er al,’ vertelt Eck. ‘Als je bij ons in Groningen op de IC wordt opgenomen, krijg je een lage dosering, maar bijvoorbeeld op de intensive care in het Erasmus in Rotterdam een middelhoge, en op de IC in Maastricht op basis van je gewicht.’
Hoe komt dat?
‘Er is nooit onderzoek gedaan naar wat nou de beste dosering is, en dus is er geen richtlijn voor de Nederlandse ziekenhuizen. We hebben ook zevenhonderd IC-artsen in heel Europa gevraagd wat zij de beste dosering vinden, en we kregen allerlei verschillende antwoorden. We vroegen in de survey ook of de IC-artsen openstonden om mee te werken aan het onderzoek. Die bereidheid was hoog, wat aangeeft dat er twijfel is over de optimale dosering.’
Wat gaan jullie in het onderzoek precies doen?
‘De IC-patiënten die deelnemen verdelen we via loting onder in drie groepen: de eerste groep krijgt een lage dosering antistollingsmedicatie, de tweede groep een middelhoge dosering en de derde groep een dosering die gebaseerd is op het gewicht: hoe meer je weegt hoe hoger de dosering. Dit doen we hier in Groningen maar ook in enkele andere Nederlandse ziekenhuizen. We hopen aan de hand van onder meer het aantal gevallen van trombose en bloedingen te kunnen bepalen welke behandeling het meest effectief is.’
Hebben jullie al een vermoeden?
‘We hebben de cijfers uit andere studies over doseringen bestudeerd en de hypothese in het onderzoeksprotocol is dat de dosering gebaseerd op gewicht optimaal is. Ik wil graag benadrukken dat we echt nog niet weten of dat echt zo is. Daar komen we alleen maar achter door dit onderzoek te doen.’
Dit onderzoek wordt niet alleen in Nederland gedaan, toch?
‘Dat klopt. Als UMC Groningen zijn we onderdeel van een netwerk van IC’s in Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, IJsland, Zwitserland en dus Nederland. Binnen dat netwerk loopt een grote studie waarin verschillende soorten behandelingen op IC’s worden getest, om zo de zorg te verbeteren. Wij zijn als UMC Groningen verantwoordelijk voor het domein trombose. Deze studie loopt inmiddels al in elf ziekenhuizen in Denemarken, waar al zo’n 560 mensen aan het onderzoek hebben meegedaan. We hebben nu toestemming om het onderzoek in Nederland te doen en hopen ook nog dit jaar in Zweden, Finland en IJsland te beginnen. Een voordeel van een onderzoek in meer landen, met verschillende zorgsystemen, is dat de resultaten sneller overgenomen worden dan als het onderzoek maar in één land plaatsvindt.’
Hoeveel patiënten hebben jullie nodig?
‘Normaal gesproken wordt dat aantal precies uitgerekend, maar in dit geval hebben we gezegd dat we pas stoppen met de studie als we genoeg bewijs hebben om te zeggen welke dosering het beste werkt of als we erachter komen dat de dosering niet veel uitmaakt. Een precies getal hebben we dus niet, maar we verwachten in totaal tussen de 2.500 en 4.500 patiënten te moeten includeren in de meer dan dertig IC’s in de landen die meedoen. In Nederland verwachten we tussen de drie- en vijfhonderd deelnemers.’
Wanneer kun je spreken van de beste dosering?
‘Het is zoeken naar de juiste dosering om de kans op trombose én bloedingen zo klein mogelijk te maken.’
Hoe belangrijk is die steun?
‘De Trombosestichting is niet de enige financier, maar zonder deze steun zouden we de studie in Nederland niet kunnen doen en zou het onzeker zijn of de beoogde aantallen gehaald kunnen worden. Daarnaast hebben we nu Emma Seijger kunnen aannemen, een PhD-student die de studie vanuit ons gaat coördineren. Zij zal de andere IC’s in Nederland die meedoen ondersteunen en gaat uiteindelijk wetenschappelijk aan de slag met de resultaten.’
Hoelang gaat het duren voordat patiënten iets aan het onderzoek hebben?
‘Dat vind ik het mooie aan dit onderzoek: we gaan niet zoals vaak pas helemaal aan het einde de resultaten bestuderen, maar maken na de eerste vijftienhonderd patiënten al een tussenbalans op. Als we daaruit kunnen vermoeden dat een van de drie behandelingen beter aanslaat, dan worden er procentueel meer patiënten aan die groep toegewezen. Voor mij als onderzoeker voelt het goed dat al tijdens de studie patiënten meer kans hebben om de beste behandeling te krijgen.’
Met uw gift maakt u een groot verschil!
Draag ook bij aan een toekomst zonder trombose. Steun onderzoek naar een betere behandeling van trombose en betere medicijnen om trombose te behandelen en te voorkomen.
Stop de prop. Stop trombose.