Posttrombotisch syndroom

Het posttrombotisch syndroom is een chronische aandoening aan de aderen van het been of de arm. Het syndroom ontstaat bij ongeveer een kwart van de patiënten die een trombosebeen of trombosearm hebben gehad. Het bloedstolsel in een trombosebeen of trombosearm heeft de klepjes in de aderen beschadigd. Dit kan ontstekingen veroorzaken: het posttrombotisch syndroom.

 Symptomen:

  • Een zwaar, moe gevoel of kramp in het been of arm
  • Vochtophoping (oedeem), die meestal toeneemt in de loop van de dag
  • Eczeem
  • Spataderen
  • Een dunne, glanzende huid
  • Witte verkleuringen van de huid
  • Moeilijk genezende wonden (open been)

Hoe werkt het precies? 

Normaal gesproken zorgen de klepjes in de aderen ervoor dat het naar het hart teruggepompte bloed niet terugstroomt als men rechtop staat. Als de klepjes door een trombosebeen of -arm niet meer goed functioneren kan het bloed gemakkelijk terugstromen. Hierdoor neemt de druk op de aders en kleine haarvaatjes toe en staat het bloed als het ware stil in gedeelten van de ader, waar dan een ontstekingsreactie kan optreden. Als dit gebeurt, is er sprake van het posttrombotisch syndroom.

Behandeling

Het syndroom is, eenmaal ontstaan, nooit meer helemaal te genezen. Soms is operatief ingrijpen mogelijk. PTS leidt vaak tot sterk verminderde kwaliteit van leven en een lagere levensverwachting. Belangrijk onderdeel daarbij vormt de zogenaamde compressietherapie met behulp van steunkousen. Als eenmaal een posttrombotisch syndroom is ontstaan, is deze nooit meer helemaal te genezen.

Gelukkig kan een posttrombotisch syndroom in veel gevallen voorkomen worden door een effectieve behandeling van een trombosebeen of -arm.