Posttrombotisch syndroom

Het posttrombotisch syndroom (PTS) is een chronische aandoening aan de aderen (en andere weefsels) van het been of de arm. Het syndroom ontstaat bij 20% tot 50% van de patiënten die een diep-veneuze trombose hebben gehad. Door een bloedstolsel bij een trombosebeen of -arm zijn de klepjes in de aderen beschadigd. Dit kan ontstekingen veroorzaken, ook aan omliggend weefsel.

Symptomen van PTS

  • Beenklachten zoals kramp, jeuk, tintelingen en een vermoeid en zwaar been
  • Vochtophoping (oedeem), die meestal toeneemt in de loop van de dag
  • Eczeem
  • Spataderen
  • Veneuze claudicatio: een gespannen gevoel in het been met soms heftige ‘barstende’ pijn na enige tijd lopen
  • Een dunne, glanzende huid
  • Witte verkleuringen van de huid
  • Moeilijk genezende wonden (open been)

Hoe werkt het precies? 

Normaal gesproken zorgen de klepjes in de aderen ervoor dat het naar het hart teruggepompte bloed niet terugstroomt als je rechtop staat. Als de klepjes door een trombosebeen of –arm niet meer goed functioneren kan het bloed gemakkelijk terugstromen. Hierdoor neemt de druk op de aders en kleine haarvaatjes toe en staat het bloed als het ware stil in gedeelten van de ader, waar dan een ontstekingsreactie kan optreden. Als dit gebeurt, is er sprake van PTS. Ook kan het zijn dat daardoor vocht uit de lymfe minder goed wordt afgevoerd.

Recent onderzoek laat een verhoogd risico op PTS zien bij ouderen, rokers, patiënten met een bloedstolsel hoog in het been (bijvoorbeeld in de lies), en patiënten die weinig bewegen.

Hoe wordt PTS vastgesteld?

Een gouden standaard voor de diagnose van PTS bestaat helaas nog niet. De arts kan PTS vaststellen met behulp van een scoringssysteem. Er zijn ten minste zes verschillende scoresystemen gebruikt in de praktijk. Hiervan wordt het Villalta-scoresysteem het meest breed gedragen. Subjectieve criteria zoals pijn, kramp en jeuk, en objectieve criteria zoals oedeem, hyperpigmentatie en roodheid worden door de arts van een score voorzien. De totaalscore helpt de arts beslissen of er sprake is van PTS en wat de ernst daarvan is. Echter, niet alle artsen maken gebruik van dit scoresysteem.

Behandeling

PTS is een chronische aandoening en is, eenmaal ontstaan, niet te genezen. Soms is operatief ingrijpen mogelijk. Ernstige PTS leidt vaak tot sterk verminderde kwaliteit van leven en een lagere levensverwachting. Naast antistolling, is de meest ingezette behandeling om PTS te voorkomen het dragen van elastische compressiekousen. Elastische kousen zorgen voor een verbeterde stroomsnelheid (flow). Dit leidt tot een afname van oedeem en een hogere efficiëntie van de kuitspierpomp.

Op basis van ouder onderzoek werd de draagduur van elastische kousen op 2 jaar gesteld. Het was alleen niet duidelijk of een kortere draagduur ook effectief kon zijn. Recent onderzoek van Arina ten Cate et al. (2018) laat zien dat voor het voorkomen van PTS een verkorte draagduur van 6 maanden, net zo effectief kan zijn als de draagduur van 2 jaar. Dit geldt voor patiënten die geen klachten hebben van het been en waarbij er geen huidafwijkingen zijn (bruine verkleuring, roodheid met ontstekingsreactie, uitgezette blauwe bloedvaatjes ter hoogte van de enkel).

De richtlijn voor de behandelingsduur van de elastische kous is echter nog niet aangepast. Bespreek dus altijd met uw arts wat uw mogelijkheden zijn betreft de draagduur van elastische kousen.

Toekomst

Onzekerheid over de diagnose en behandeling maakt PTS een lastig te behandelen aandoening. Het doel is om de diagnose en behandeling van PTS in de toekomst te ontwikkelen naar een passende aanpak gericht op de individuele behoeftes van de patiënt. Gelukkig kan PTS in veel gevallen voorkomen worden door een effectieve behandeling van een trombosebeen of -arm.