Zwangerschap

Vrouwen lopen tijdens de zwangerschap en kraamtijd een groter risico op het krijgen van trombose. Dat komt door een veranderende samenstelling van het bloed door de toename van vrouwelijke hormonen. Vrouwen met een erfelijke aanleg of een eerder doorgemaakte trombose lopen een extra groot risico op een trombose tijdens de zwangerschap en kraamtijd.

Risicofactoren trombose bij zwangerschap

  • Erfelijke aanleg
  • Eerder doorgemaakte trombose
  • Langdurige bedrust tijdens de zwangerschap en kraamtijd
  • Roken
  • Overgewicht: BMI > 30 kg/m2
  • Meerlingzwangerschap

Keizersnede

Het risico op een trombose is groter in het geval van een keizersnede. Opzichzelfstaand is het risico op een trombose na een keizersnede laag, maar wanneer u één of meerdere van de bovenstaande risicofactoren heeft, dan wordt dit risico groter. Daarnaast is het risico bij een ongeplande keizersnede groter dan bij een geplande keizersnede.

Antistolling tijdens zwangerschap

Als u buiten uw zwangerschap antistollingsmiddelen gebruikt, zult u dit ook tijdens uw zwangerschap moeten voortzetten. Het risico op trombose blijft namelijk hoog. Meestal gaat dit om een behandeling met laagmoleculair gewichtsheparines. Het risico op bloedingen bij heparines is even hoog bij zwangere als bij niet-zwangere vrouwen. Heparine wordt onderhuids ingespoten. Dit kan helaas leiden tot jeuk en bultjes.

Vitamine K-remmers en Directe Orale Anticoagulantia (DOAC’s) worden niet snel voorgeschreven als u zwanger bent. Deze orale antistollingsmiddelen passeren de placenta en verhogen daarmee het risico op foetale complicaties. Als u buiten de zwangerschap deze orale antistollingsmiddelen slikt, kan het zijn dat u met deze medicatie dient te stoppen zodra u zwanger bent en te starten met een ander antistollingsmiddel. Het is dus belangrijk een eventuele zwangerschap vroeg te herkennen. Op die manier kunt u tijdig uw huisarts of specialist raadplegen.

Als u buiten de zwangerschap geen antistolling gebruikt, kunt u alsnog uit voorzorg tijdens de zwangerschap antistollingsmiddelen voorgeschreven krijgen. Indien dit het geval is, wordt meestal gekozen voor een behandeling met heparines.

Antistolling bij borstvoeding

Heparines en vitamine K-remmers worden niet uitgescheiden in moedermelk en zijn veilig te gebruiken bij borstvoeding. De veiligheid van DOAC’s bij borstvoeding kan nog niet gegarandeerd worden, omdat de risico’s voor de baby onvoldoende onderzocht zijn.

May-Thurner Syndroom

Het May-Thurner syndroom is een zeldzame aandoening die vooral voorkomt bij vrouwen tussen de 30 en de 50 jaar. Bij het May-Thurner syndroom ligt (meestal) de linker bekkenader ingeklemd tussen de rechter bekkenslagader en de wervelkolom. Dat veroorzaakt vochtophoping in het linkerbeen en leidt tot heftige pijn en een gespannen gevoel. Vrouwen met het May-Thurner syndroom hebben een verhoogde kans op een veneuze trombose tijdens de zwangerschap, omdat de dikke buik de aders aan de linkerkant tegen de wervelkolom drukt en bijdraagt aan de vernauwing in de linker bekkenader.

Richtlijnendatabase

De Richtlijnendatabase is eigendom van de Federatie van Medisch Specialisten en bevat medische richtlijnen voor ziekenhuiszorg. Hierin is ook een module opgenomen waarin trombose in de verloskunde centraal staat. Deze kan geraadpleegd worden via onderstaande link.

Richtlijnendatabase