Goede INR-uitslag bereiken

Als u vitamine K remmers slikt, wordt u INR-waarde bepaald. Met deze waarde controleert de trombosedienst of u met het aantal tabletten dat u slikt de juiste mate van antistolling krijgt. Het is belangrijk dat uw INR-waarde zoveel mogelijk stabiel blijft.

De volgende leefregels zorgen ervoor dat uw INR-waarde zo min mogelijk schommelt:

Regelmaat bij het innemen

Om een goede INR-uitslag met acenocoumarol of fenprocoumon te bereiken en te houden, is het op de juiste manier innemen van deze tabletten cruciaal: één keer per dag volgens het voorschrift van de trombosedienst, bij voorkeur ’s avonds. U neemt dus de voorgeschreven tabletten in één keer in en verdeelt deze niet over de dag. Op de prikdag kan het namelijk voorkomen dat u ’s middags gebeld wordt om die dag een andere hoeveelheid in te nemen. Als u een keer vergeet uw antistollingsmiddelen in te nemen, dan heeft dat invloed op de INR-waarde en op de werking van de middelen. Meld het daarom bij de trombosedienst als u vergeten bent uw antistollingsmiddelen in te nemen. De middelen mogen nooit de volgende dag alsnog ingenomen worden.

Frequentie van de controles

De laboratoriumuitslag en de ernst van uw situatie bepaald hoe vaak u geprikt moet worden. Dat kan eenmaal in de zes weken zijn, maar ook vaker. Indien de uitslag van de laboratoriumtest niet goed is, kan een wekelijkse of zelfs dagelijkse controle noodzakelijk zijn. Bij de start van de antistollingsbehandeling is controle ook vaak intensief omdat iemand dan goed ingesteld moet worden op de medicatie.

Combinatie met andere medicijnen

Er zijn medicijnen die de werking van acenocoumarol en fenprocoumon kunnen beïnvloeden. Het is daarom van belang alle medicijnen die u naast de antistollingsmiddelen gebruikt te melden aan de trombosedienst. Ook als u kruidenpreparaten zoals Sint Janskruid gebruikt, is het belangrijk dit te melden. Medewerkers van de trombosedienst weten welke medicijnen de werking van acenocoumarol en fenprocoumon versterken of verzwakken. De doseerarts van de trombosedienst kan de dosering van de antistollingsmiddelen

Combinatie met ziekte

Ziekteverschijnselen zoals koorts, diarree of braken kunnen invloed hebben op de werking van uw antistollingsmiddelen. Neem dan ook contact op met de trombosedienst als u ziek bent, zodat de trombosedienst kan inschatten of een extra bloedcontrole noodzakelijk is en of de dosering van uw antistollingsmiddelen aangepast moet worden.

Alcohol

De Gezondheidsraad adviseert geen alcohol te nuttigen. Bovendien verstoort een grote hoeveelheid alcohol de uitslag van de laboratoriumtest.

Risico op bloedingen

Het slikken van acenocoumarol of fenprocoumon geeft een hoger risico op bloedingen. Een blauwe plek of een rood oog is over het algemeen minder ernstig, maar als u last heeft van rode urine of zwarte ontlasting moet u onmiddellijk contact opnemen met de trombosedienst èn de huisarts.

Opnames en poliklinische ingrepen

Als u antistollingsmiddelen gebruikt, bestaat de risico dat u een bloeding krijgt tijdens een chirurgische of handheelkundige ingreep. Overleg met de arts van de trombosedienst hierover is dan ook noodzakelijk. Bij een (kleine) chirurgische ingreep zal over het algemeen uw dosis acenocoumarol of fenprocoumon tijdelijk worden aangepast. Bij kleine tandheelkundige ingrepen hoeft de dosis niet altijd te worden aangepast.  De behandelend arts bepaalt of er voor de ingreep gestopt moet worden met de middelen, eventueel in overleg met de trombosedienst. Ook is het mogelijk dat er vitamine K gegeven moet worden om het effect van de antistollingsmiddelen te verlagen.

Hoge leeftijd

Ook op hoge leeftijd kunnen antistollingsmiddelen geslikt worden; er bestaat echter een groter risico op het krijgen van een bloeding.

Gewichtsverandering

Een dieet, met name een vetvrij dieet, kan invloed hebben op de werking van antistollingsmiddelen. Geef het door aan de trombosedienst als u een dieet volgt, want er zijn dan mogelijk extra bloedcontroles nodig om de dosering van de antistollingsmiddelen aan te kunnen passen.

Sport en lichaamsbeweging

Pas op bij het beoefenen van blessuregevoelige sporten. Als u intens gaat sporten of meer beweegt dan anders, zult u meer acenocoumarol of fenprocoumon nodig hebben. De trombosedienst kan in zo’n geval na extra bloedcontroles de dosering van uw antistollingsmiddel aanpassen.

Vakantie

De trombosedienst kan een vakantiebrief met de noodzakelijke gegevens meegeven in de taal van het land van bestemming. De trombosedienst heeft ook een lijst met adressen waar u zich kunt laten prikken indien dit noodzakelijk is.

Zwangerschap

In principe hoeft een tromboserisico een zwangerschap niet in de weg te staan. Acenocoumarol en fenprocoumon zijn schadelijk voor de vrucht wanneer zij tijdens de eerste zestien weken van de zwangerschap worden gebruikt. Worden antistollingsmiddelen kortdurend gebruikt dan is het verstandig in deze periode niet zwanger te worden. Bij een langdurige behandeling met een antistollingsmiddel bestaan er mogelijkheden om een zwangerschap relatief veilig voor moeder en kind te laten verlopen. Bij kinderwens is het daarom raadzaam contact hierover op te nemen met de huisarts, de specialist en de trombosedienst.