Home
Home
Doneer nu!

Diagnose

Als u misschien trombose hebt, kan een arts de diagnose stellen door:

  • vragen stellen: op basis van verschillende factoren bepaalt uw arts hoe hoog uw risico op trombose is. Denk aan erfelijke factoren, pilgebruik of andere risicofactoren. Is de kans op trombose te hoog? Dan is er verder onderzoek nodig.
  • een bloedtest: met een zogenaamde d-dimeertest kan de arts zien of er in uw bloed sprake is van stolselvorming.
    Op basis hiervan kan de arts vaststellen of er wel of geen verder onderzoek nodig is.

Soms is er hierna vervolgonderzoek nodig, zoals: 

  • echografie: de arts bekijkt met behulp van ultrageluidsgolven uw aders en test of de doorbloeding normaal is.
  • flebografie: de arts spuit contrastvloeistof in een bloedvat, waarna uw aders op een röntgenfoto goed te zien zijn. In de contrastvloeistof zit jodium. Bent u allergisch voor jodium? Vertel dit voor het onderzoek. 
  • CT-scan: op een CT-scan kan een arts duidelijk zien of er een trombose in het been of de arm zit. Dit heet ook wel CT-flebografie. De arts spuit dan contrastvloeistof in en maakt vervolgens een CT-scan van uw aders. Een CT-scan is ook mogelijk om stolsels op te sporen in de longaderen.

Bij een mogelijke longembolie zijn er nog een aantal testen mogelijk:

  • perfusiescan: u krijgt een licht radioactieve vloeistof in uw arm gespoten, waarna een speciale camera kan vaststellen of de vloeistof zich door uw longaderen verspreidt. Als dat ergens niet gebeurt, dan is dat de plek waar een stolsel uw bloedvat afsluit.
  • ventilatiescan: deze scan toont aan of er sprake is van een longembolie. U ademt dan een licht radioactief gas in, wat zich via uw luchtwegen naar de longen zal verplaatsten. Komt het gas wel waar de vloeistof niet kon komen, dan heeft u een longembolie. Als ook het gas zich niet overal verspreidt, dan is er iets anders aan de hand. U kunt dan bijvoorbeeld een longontsteking hebben.
  • ventilatieperfusiescan: een combinatie van een perfusie- en ventilatiescan.
  • longkatherisatie en angiografie van de longslagader: ook bij dit onderzoek krijgt u een contrastvloeistof ingespoten. Met een katheter met een camera kan de arts een mogelijk stolsel opsporen.