Home
Home
Doneer nu!

Goede INR-uitslag bereiken

Door de INR-waarde bij u te bepalen controleert de trombosedienst of (in het geval van zelfmanegement uzelf) met het aantal cumarinetabletten dat u hebt geslikt dat u een juiste mate van antistolling krijgt. Er bestaat een aantal leefregels die ervoor kan zorgen dat uw INR zo min mogelijk schommelt.

Regelmaat bij het innemen
Een allereerste vereiste om een goede INR-uitslag met acenocoumarol of fenprocoumon te bereiken en te houden, is het op de juiste manier innemen van deze tabletten: één keer per dag volgens het voorschrift van de Trombosedienst, bij voorkeur 's avonds. U neemt dus de voorgeschreven tabletten in één keer in en verdeelt deze niet over de dag. Op de prikdag kan het namelijk voorkomen dat een patiënt 's middags gebeld wordt om die dag een andere hoeveelheid in te nemen.
Als het innemen een keer vergeten wordt, kan de uitslag verstoord zijn en dan duurt het weer enkele dagen om die goed te krijgen. De arts/medewerker van de Trombosedienst moet daarom op de hoogte gesteld worden dat de tabletjes een keer vergeten zijn. De tabletjes mogen nooit de volgende dag alsnog ingenomen worden.

agenda Frequentie van de controles
Het hangt af van de laboratoriumuitslag en de aandoening hoe vaak iemand geprikt moet worden. Dat kan maximaal eenmaal in de zes weken zijn, maar ook vaker. Indien de uitslag van de laboratoriumtest niet goed is, kan een wekelijkse of zelfs dagelijkse controle noodzakelijk zijn. Bij de start van de antistollingsbehandeling is controle ook vaak intensief omdat iemand dan goed ingesteld moet worden op de medicatie.

 

Combinatie met andere medicijnen en ziektes
Er zijn medicijnen die de werking van acenocoumarol en fenprocoumon kunnen beïnvloeden. Sommige medicijnen zorgen ervoor dat de werking versterkt wordt, andere dat de werking verzwakt wordt. Het is daarom van belang alle medicijnen die men naast de antistollingsmiddelen gebruikt te melden aan de Trombosedienst.
medicijnen
De medewerkers van de Trombosedienst weten welke medicijnen invloed hebben op elkaar en de arts van de Trombosedienst kan de dosering van de antistollingsmiddelen aanpassen. Het is af te raden op eigen initiatief medicijnen te slikken zonder die aan de Trombosedienst te melden. Onder dit advies vallen ook de “vrij” verkrijgbare preparaten bij de drogist.
Ziektes die met koorts, diarree of braken gepaard gaan, kunnen invloed hebben op de werking van antistollingsmiddelen. De Trombosedienst wil dan ook graag weten of iemand ziek is, zodat bekeken kan worden of een extra bloedcontrole noodzakelijk is en of de dosering van de antistollingsmiddelen aangepast moet worden.

Alcohol
Als de specialist of huisarts er geen bezwaar tegen heeft, kan een matige hoeveelheid alcohol (een tot twee glazen per dag) in combinatie met acenocoumarol of fenprocoumon genuttigd worden. Echter een grote hoeveelheid alcohol verstoort de uitslag van de laboratoriumtest wel.

Risico op bloedingen
Iemand die acenocoumarol of fenprocoumon slikt, loopt meer risico op het krijgen van bloedingen. Een blauwe plek of een rood oog is over het algemeen minder ernstig, maar bij rode urine of zwarte ontlasting moet er onmiddellijk contact opgenomen worden met de Trombosedienst èn de huisarts.
alcohol
tand Opnames en poliklinische ingrepen
Als iemand een (kleine)chirurgische ingreep moet ondergaan moet over het algemeen de instelling met acenocoumarol of fenprocoumon tijdelijk aangepast worden.
Bij tandheelkundige ingrepen waarvan de omvang niet groot is behoeft de behandeling niet altijd te worden aangepast. Overleg met de arts van de trombosedienst hierover is dan ook noodzakelijk.
Als er niet aangepast wordt, is het risico op het krijgen van een bloeding te groot. De behandelend arts bepaalt of er voor de ingreep gestopt moet worden, eventueel in overleg met de Trombosedienst. Ook is het mogelijk dat er vitamine K gegeven moet worden om het effect van de antistollingsmiddelen te verlagen.

Hoge leeftijd
Ook op hoge leeftijd kunnen antistollingsmiddelen geslikt worden; er bestaat echter een groter risico op het krijgen van een bloeding.

Gewichtsverandering
Een dieet, met name een vetvrij dieet, kan invloed hebben op de werking van antistollingsmiddelen. Daarom moet u dit doorgeven aan de Trombosedienst, want er zijn dan mogelijk extra bloedcontroles nodig om de dosering van de antistollingsmiddelen aan te kunnen passen.
gewicht
dambord Sport en lichaamsbeweging
Trombose en behandeling met antistollingsmiddelen staan sport niet in de weg. Maar het is wel van belang om op te passen bij blessuregevoelige sporten. Ook is gebleken dat iemand die opeens intens gaat sporten of meer lichaamsbeweging heeft, meer acenocoumarol of fenprocoumon nodig heeft. In zo'n geval kan de Trombosedienst na extra bloedcontroles de dosering van het antistollingsmiddel aanpassen.
Vakantie
Als iemand op vakantie wil en behandeld wordt met een antistollingsmiddel zal de Trombosedienst een vakantiebrief met de noodzakelijke gegevens meegeven in de taal van het land van bestemming. De Trombosedienst heeft ook een lijst met adressen waar u zich kunt laten prikken indien dit noodzakelijk is.
postzegel

Zwangerschap
In principe hoeft een tromboserisico een zwangerschap niet in de weg te staan. Acenocoumarol en fenprocoumon zijn schadelijk voor de vrucht wanneer zij tijdens de eerste zestien weken van de zwangerschap worden gebruikt. Worden antistollingsmiddelen kortdurend gebruikt dan is het verstandig in deze periode niet zwanger te worden. Bij een langdurige behandeling met een antistollingsmiddel bestaan er mogelijkheden om een zwangerschap relatief veilig voor moeder en kind te laten verlopen. Bij kinderwens is het daarom raadzaam contact hierover op te nemen met de huisarts, de specialist en de Trombosedienst.