Boezemfibrilleren
Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis die de kans op trombose verhoogt. Bij boezemfibrilleren is sprake van een ontregelde elektrische activiteit in het hart; het ritme en vaak ook de frequentie van samentrekken van het hart zijn verstoord.
Boezemfibrilleren verhoogt het risico op een beroerte (herseninfarct, TIA). Dit hangt samen met het feit dat door het boezemfibrilleren het bloed in het hart wat trager kan gaan stromen. Een trage bloedstroom is een belangrijke risicofactor voor stolselvorming. Een behandeling met antistollingsmiddelen is de belangrijkste therapie om dit risico te verlagen. Deze middelen verlagen het risico op stolselvorming in het hart. Daarmee neemt ook het risico af dat het stolsel vanuit het hart wordt meegevoerd met de bloedstroom en dan bijvoorbeeld een herseninfarct veroorzaakt.
Symptomen van boezemfibrilleren zijn onder andere:
- kortademigheid
- sneller moe
- snelle en onregelmatige hartkloppingen
- duizelingen (licht in het hoofd, verward)
- pijn op de borst (bij inspanning en in rust).
Niet iedereen met boezemfibrilleren ervaart deze verschijnselen; soms wordt de aandoening bij toeval ontdekt.
Boezemfibrilleren komt relatief vaak voor, vooral bij mensen ouder dan 75 jaar. Oorzaken en risicofactoren voor deze hartritmestoornis zijn onder andere hoge bloeddruk, andere aandoeningen van het hart (zoals beschadigde hartkleppen of slagaderverkalking), aandoeningen van bijvoorbeeld longen (tumor, longontsteking) of schildklier (hyperthyroïdie), diabetes, overmatig alcohol- of cafeïnegebruik, stress en neurologische stoornissen.