De gevolgen in het hart
| Onregelmatige hartslag:
Als het hart onregelmatig pompt of niet volledig samentrekt dan is de bloedstroom in het hart niet meer gelijkmatig. Het is dan mogelijk dat een bloedstolsel in het hart ontstaat. Dit kan losschieten en elders in het lichaam in de kleinere bloedvaten vastlopen. Dit noemen we een embolie. Bij een stolsel dat vastloopt in de hersenen spreken we van een hersenembolie (zie gevolgen in de hersenen). Boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren genoemd) is een hartritmestoornis die onbehandeld een grotere kans geeft op trombose. |
De cardioloog zal met medicijnen of andere behandelingen proberen weer een regelmatige hartslag te krijgen. Blijft de hartslag onregelmatig, dan worden vaak antistollingsmiddelen voorgeschreven ter voorkoming van een hersenembolie. Dit kan acenocoumarol of fenprocoumon zijn.
| Hartklepafwijking:
Als één van de hartkleppen beschadigd is en niet meer goed functioneert, kan het voorkomen dat een stolsel op de hartklep ontstaat. De cardioloog zal in een vroegtijdig stadium antistollingsmiddelen voorschrijven om de vorming van trombose op een dergelijke hartklep te voorkomen. Dit kan acenocoumarol of fenprocoumon zijn. |
Nieuwe hartklep
Als een hartklep zo ernstig beschadigd is dat hij niet goed meer functioneert, kan besloten worden de zieke hartklep te vervangen door een nieuwe. Deze nieuwe hartklep kan van een menselijke donor zijn, van dierlijk materiaal of van kunststof. Als iemand een kunststofhartklep heeft gekregen, is het van groot belang te zorgen dat op deze nieuwe hartklep geen trombose ontstaat. Een kunststofhartklep is namelijk van lichaamsvreemd materiaal gemaakt en het bloed heeft de neiging daar een bloedstolsel op te vormen.
Mensen met een kunststofhartklep moeten daarom levenslang antistollingsmiddelen gebruiken: acenocoumarol of fenprocoumon. Het is van groot belang dat deze mensen de juiste hoeveelheid van deze middelen innemen en moeten daarom regelmatig door de trombosedienst gecontroleerd worden.
(Dreigend) hartinfarct:
Bij vernauwingen in de kransslagaders, de slagaders die het hart van bloed voorzien, kan de hartspier onvoldoende zuurstof krijgen. Als één van de takken van de kransslagaders van het hart helemaal afgesloten wordt door trombose, ontstaat een hartinfarct.
Indien de patiënt snel naar een ziekenhuis kan worden vervoerd, bestaat de mogelijkheid de trombose met behulp van medicijnen op te lossen. Dit kan de schade aan de hartspier beperken.
Om de vernauwingen in de kransslagaders van het hart op te heffen, kan de cardioloog kiezen tussen de verschillende behandelingen. Eén van de behandelingen is dotteren. De arts brengt dan een ballonkatheter in een slagader in en schuift deze naar de vernauwing in de kransslagader toe. De ballon wordt vervolgens opgepompt en heft de vernauwing op. De andere mogelijkheid is het leggen van één of meer bloedvatomleidingen om de vernauwing heen. Dit noemt men een coronaire bypass.
Het hangt van de toestand van het hart en de eventuele complicaties af, hoe de cardioloog zal behandelen en welke tabletten hij voorschrijft. Hij kan kiezen tussen LMWHeparine, aspirine of één van de andere antistollingsmiddelen zoals acenocoumarol of fenprocoumon.