De gevolgen in de benen

Slagaders in de benen
Als een trombose één van de slagaders van de benen geheel of gedeeltelijk afsluit, kan dit klachten geven met lopen. Bekend zijn de zogenaamde 'etalagebenen': mensen blijven vaak stilstaan om de pijn in de benen te verminderen. De specialist kan chirurgisch behandelen op de volgende manieren:

De specialist kan een bloedvatomleiding om de vernauwing heen maken, zodat het bloed weer kan stromen naar de rest van het been. Een andere mogelijkheid is het slechte stuk bloedvat vervangen door een kunststofvat. De derde mogelijkheid is het zogenaamde dotteren. Hierbij wordt op de plaats van de vernauwing een ballonnetje opgeblazen dat de vernauwing opheft zodat het bloed weer kan stromen. Ook kunnen er medicijnen voorgeschreven worden. Soms is dit aspirine, soms zijn het antistollingsmiddelen zoals acenocoumarol of fenprocoumon. 
 

Aders in de benen
Trombosebeen en longembolie
Ook kan een bloedstolsel in de beenaders ontstaan. Indien dit één van de grotere aders afsluit, ontstaat een trombosebeen. Dit kan bijvoorbeeld optreden als iemand bedlegerig is, zoals na een operatie, waardoor de bloedstroom vertraagd is. Het bloed kan niet weg en het been gaat opzetten en pijn doen. Eén van de gevaren van een trombosebeen is het losschieten van een bloedstolsel. Dat stolsel kan, nadat dit het hart gepasseerd heeft, vastlopen in een van de longslagaders.

Dit heet een longembolie. Het is dus van belang iemand zo kort mogelijk bedrust voor te schrijven of uit voorzorg medicijnen te geven om trombose te voorkomen. De specialist zal zijn best doen uitbreiding van de trombose zo snel mogelijk te stoppen. Hiervoor kan in de acute situatie heparine of laag moleculair gewicht heparine zoals Fragmin of Fraxiparine gegeven worden. Dit zijn middelen die uitbreiding van het stolsel tegengaan. Voor de behandeling op lange termijn kunnen antistollingsmiddelen worden voorgeschreven, zoals acenocoumarol of fenprocoumon.

 

Posttrombotisch syndroom (PTS)

Een ander gevolg van een trombose in de diepgelegen aders in de benen kan het zogenaamde posttrombotisch syndroom (PTS) zijn. Het posttrombotisch syndroom is een aandoening die op langere termijn kan ontstaan als gevolg van een diepveneuze trombose. Het stolsel dat bij de diepveneuze trombose is ontstaan kan op den duur de klepjes in de ader aantasten. Normaal gesproken zorgen de klepjes ervoor dat het naar het hart teruggepompte bloed niet terugstroomt als men rechtop staat. Als de klepjes door een diepveneuze trombose niet meer goed functioneren kan het bloed gemakkelijk terugstromen. Hierdoor neemt de druk op de aders en kleine haarvaatjes toe en staat het bloed als het ware stil in gedeelten van de ader, waar ze ontstekingsreacties geven. Als dit gebeurt, is er sprake van het posttrombotisch syndroom.

Klachten die u bij een posttrombotisch syndroom kunt ervaren zijn:

  • Een zwaar, moe gevoel of kramp in het aangedane lichaamsdeel
  • Vochtophoping (oedeem), die meestal in de loop van de dag toeneemt
  • Bruine verkleuringen op de huid
  • Eczeem
  • Spataders
  • Een dunne glanzende huid
  • Witte verkleuringen van de huid
  • Moeilijk genezende wonden (open been)

Door een effectieve behandeling van diepveneuze trombose is het ontstaan van een posttrombotisch syndroom in de meeste gevallen te voorkomen. Belangrijk onderdeel daarbij vormt de zogenaamde compressietherapie met behulp van steunkousen. Als eenmaal een posttrombotisch syndroom is ontstaan, is deze nooit meer helemaal te genezen