Ontdekking antistolling

Ontdekking antistolling
In de jaren twintig werd bij toeval in Amerika een stof ontdekt die ervoor zorgde dat de bloedstolling werd vertraagd. Koeien die ingekuild gras met veel zoete klaver hadden gegeten gingen dood aan enorme bloedingen. Na onderzoek bleek dat die klaver een stof bevatte die ervoor zorgde dat het bloed minder snel stolde. In het laboratorium werd die stof verder onderzocht. Het duurde nog vele jaren voordat men precies begreep hoe dit antistollingsmiddel het bloed minder stolbaar maakte.

De dosering van een antistollingsmiddel is individueel en deze wordt voor ieder persoonlijk vastgesteld door middel van de laboratoriumbepalingen. Het is de bedoeling om het aantal tabletten zodanig te doseren dat zowel trombose als bloedingen voorkomen worden. De geregelde controle van het bloed is noodzakelijk omdat allerlei andere medicijnen en ziektes de bloedstolling kunnen beïnvloeden. Omdat deze controle en het voorschrijven van de juiste hoeveelheid van deze medicijnen zoveel extra zorg met zich meebrengt zijn na de Tweede Wereldoorlog de eerste trombosediensten in Nederland opgericht. Dit aantal groeide steeds meer. Er zijn momenteel in Nederland jaarlijks ongeveer 364.000 mensen onder behandeling bij de trombosediensten.