Werking medicatie

Hoe werken de antistollingsmiddelen?
Om het bloed te laten stollen, bijvoorbeeld na een verwonding, maakt ons lichaam zelf de benodigde stoffen aan. Deze stoffen noemen we stollingsfactoren. Om enkele van deze factoren te kunnen maken heeft het lichaam vitamine K nodig. Vitamine K wordt in het lichaam in de darmen gemaakt. Daarnaast komt het voor in ons voedsel, met name in groene groentes, zoals boerenkool en spinazie.

Cumarines als acenocoumarol en fenprocoumon zijn medicijnen die de werking van vitamine K tegengaan. Ze zorgen ervoor dat ons lichaam minder stollingsfactoren kan aanmaken. Het bloed wordt als het ware minder stolbaar gemaakt, waardoor de kans op het ontstaan van trombose kleiner is. Als de aanmaak van de stollingsfactoren echter volledig wordt geblokkeerd kan dat leiden tot (levens)gevaarlijke bloedingen. Het is dus de bedoeling dat de medicijnen enerzijds het bloed minder stolbaar maken, maar anderzijds nog genoeg stolling overlaten om ons bijvoorbeeld bij een wondje te beschermen. Om dat te bereiken moeten mensen die acenocoumarol of fenprocoumon innemen op gezette tijden precies de juiste hoeveelheid tabletten slikken. Door de INR-waarde bij u te bepalen controleert de trombosedienst of u de juiste hoeveelheid cumarinetabletten slikt  Heeft u per ongeluk te veel van de antistollingsmiddelen geslikt of moet de werking ervan snel worden uitgeschakeld, dan geeft uw arts of trombosedienst u vitamine K (in druppels of in tabletvorm).

Cumarines werden in de jaren twintig van de vorige eeuw bij toeval ontdekt. Lees meer over deze geschiedenis op de pagina 'Ontdekking antistolling'.

Hoe hoog moet de uitslag van de laboratoriumtest zijn?
Hoe hoog de uitslag van de laboratoriumtest moet zijn, hangt af van de aard van uw aandoening. Als u antistollingsmiddelen heeft voorgeschreven gekregen ter voorkoming van een trombose na een operatie, geldt een andere norm dan als u een kunststofhartklep heeft gekregen. De medewerker van de trombosedienst kan u vertellen hoe hoog de uitslag van de INR-test moet zijn bij de verschillende aandoeningen als u antistollingsmiddelen gebruikt. Hiervoor hanteert men landelijk vastgestelde streefgrenzen.
In Nederland geeft men de uitslag van de test weer in INR. In het buitenland kan het nog voorkomen dat u een uitslag ontvangt in procenten of in seconden. De INR is echter de internationale maat en heeft de voorkeur.