INR-schommelingen
- Wisselwerking met andere geneesmiddelen
- Onvoldoende therapietrouw
- Diarree
- Koorts
- Braken
- Andere aandoeningen, zoals leverziekten, te snel of te traag werkende schildklier, kanker, nieraandoeningen of uitdroging
- Stress (het mechanisme hierachter is niet geheel verklaard; trombosediensten zien in deze situatie vaak een verhoogde INR)
- Sterk wisselende lichaamsbeweging
- Grote veranderingen van gewicht, sommige vermageringsdiëten
- Verandering van leefomstandigheden (bijvoorbeeld vakantie; er kan dan sprake zijn van minder vochtinname, meer alcoholinname, een veranderd voedingspatroon en ook kunnen tabletten dan makkelijker worden vergeten)
- Voeding (meer hierover leest u in onze nieuwsbrief over Trombose en voeding
- Gebruik van voedingssupplementen of multivitaminepreparaten
- Alcoholmisbruik
- Erfelijk profiel (uit recent wetenschappelijk onderzoek is bekend geworden dat er sprake kan zijn van een 'erfelijk profiel' dat ervoor zorgt dat de instelling met antistollingsmiddelen moeizamer verloopt. Helaas is het op dit moment niet mogelijk de behandeling af te stemmen op dit erfelijk profiel - op de 'genen' -, alhoewel er wel ontwikkelingen op dit gebied gaande zijn).